lasser.jpg 

In het opiniegedeelte van NRC, afgelopen zaterdag stond prominent een artikel van Johan Schaberg. Omdat het zich door de opmaak in tabloid over twee pagina’s uitstrekte, kreeg het ook twee koppen mee: Onderwijs is er niet voor zelfontplooiing en Het economisch belang is buiten beeld geraakt. Schaberg betoogde dat het onderwijs van de laatste decennia zijn traditionele functie uit het oog verloren heeft: door het aanbieden van een vak economische waarde aan iemand toevoegen. In het artikel verwijst hij naar een pleidooi van de Kamerleden Roemer en Van Dijk in de Volkskrant voor een ouderwetse ambachtsschool waar jongens en meisjes ‘gewoon’ een vak leren. Dat het huidige vmbo voor de Nederlandse economie slecht is én ook voor de kansen van jongeren om aan de slag te komen, illustreren zij als volgt: ‘We importeren voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte honderden lassers uit Portugal en verder, omdat die in Nederland niet te vinden zijn, terwijl allerlei jongeren die graag iets concreets uit hun handen zouden laten komen, werkloos thuis zitten of zich op straat lopen te vervelen’.

Ik denk dat Schabergs constatering dat het economisch belang in het onderwijs buiten beeld is geraakt terecht is, maar zijn opvatting dat het onderwijs zijn doel voorbij schiet met alle aandacht voor zelfontplooiing, vind ik riskant.

Afgelopen dinsdag publiceerde het Maastrichtse Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt zijn jaarlijkse visie op de arbeidsmarkt voor de komende vijf jaar. Een studie theologie biedt de meeste kans op een baan. Wie voor een rechtenstudie kiest of voor informatica moet er ernstig rekening mee houden dat hij met deze bagage uiteindelijk niet aan de slag zal komen.

Je hoeft niet langer dan tien jaar op de arbeidsmarkt rond te kijken om te ondervinden hoe snel het tij daar kan keren. Een gemiddel mens loopt hier veertig jaar rond. Het onderwijs moet zich dus zeker bekommeren om het economisch belang van degenen die op het punt staan dit lange traject binnen te stappen. Maar ik zou dit invullen met het ‘bewust’ flexibel en weerbaar maken van leerlingen om veranderingen op te vangen en economisch voor zichzelf op te komen: tegenslagen leren overwinnen en leren hoe je nieuwe kansen creëert.

Ik stel ook voor om dit belangrijke onderwijsdoel gewoon ‘zelfontplooiing’ te noemen, omdat de betekenis van dit woord deze lading dekt en omdat iedereen, ongeacht opleidingsniveau, het inmiddels wel kent. Want als het onderwijs zichzelf érgens mee van de maatschappij vervreemd heeft, dan is het wel door het bedenken van telkens weer nieuwe termen.