werk.bmp 

In de jaren zeventig, toen de Nederlandse verzorgingsstaat nog min of meer in de kinderschoenen stond, hoorde je de wildste verhalen over het uitbetalen van WW-uitkeringen. Als je ontslagen werd zat je goed: wie het een beetje handig inkleedde, hoefde eigenlijk nooit meer aan de bak. Zo herinner ik me een tuinbouwmedewerker die vond dat zijn beroep ‘freesiabosser’ was. Een paar weken deed hij dit seizoengebonden werk om de rest van het jaar WW op te strijken. Ook verhalen over Surinamers die massaal Nederland binnenstroomden vanwege de WW waren niet van de lucht.

Je kunt het je niet meer voorstellen in deze tijd waarin de aanspraken op een WW-uitkering steeds meer aan banden worden gelegd. De manier waarop de hoogte en duur van een WW uitkering worden berekend, zijn de laatste jaren niet zoveel veranderd. De opgevoerde druk ligt vooral in de verplichting om na langer dan een jaar WW elke baan te accepteren.

Het recht op een WW-uitkering ontstaat bij ontslag. Veel werknemers die zich vroeger zeker waanden in hun positie bij hun bedrijf of instelling beginnen zich zorgen te maken. Bijvoorbeeld bij diverse overheidsdiensten, de ICT branche en maatschappelijk culturele instellingen. In Nederland worden hoge eisen gesteld aan werkgevers die personeelsleden willen ontslaan. Het gevolg daarvan is een toename van flexwerkers, zoals uitzendkrachten en deeltijdwerkers op basis van nul-urencontracten. Flexwerkers zijn vaak tevreden over de manier waarop zij werken, ook al missen zij de vastigheid die werknemers in vaste dienst menen te hebben.

Als het ontslagrecht niet versoepeld wordt, verwacht ik dat personeel met een vaste baan steeds meer een uitzondering wordt en flexwerken de standaard.Voor een eerlijke verdeling van werk denk ik dan ook dat er vooral gekeken moet worden naar regelingen die de positie van flexwerkers verstevigen, zoals het tegengaan van pensioenbreuken en de mogelijkheid om voor een hypotheek in aanmerking te komen.