huis-te-koop.bmp 

Afgelopen jaren werd het onderwerp huisvesting in de landelijke politiek nogal gemeden. In verkiezingsprogramma’s werd er mondjesmaat aandacht aan besteed. Het woningbeleid werd door de Haagse politiek vooral overgelaten aan lagere overheden en woningcorporaties. Zij moesten er maar voor zorgen dat er voldoende koop- en huurwoningen beschikbaar waren. De houding kwam ook voort uit een soort berusting. De Nederlandse woningnood is nu eenmaal iets ‘van alle tijden’. Elke naoorlogse regering had immers geprobeerd er een einde aan te maken en toch was het probleem was alleen maar verergerd. En verder werd de discussie over de hypotheekrenteaftrek met de gewichtige term ‘het H-woord’ in de fles gehouden.

Sinds de kredietcrisis lijkt er toch wel iets wezenlijks veranderd te zijn met oude ´woningnood´. Op huizen in het hele land wemelt het van de bordjes ´te koop´ terwijl er maar weinig huizen verkocht worden. Ook voor nieuw te bouwen huizen staan de kandidaten niet meer in de rij. Het beleid van woningcorporaties om hun woningen aan huurders verkopen en van de opbrengst nieuwe huizen bouwen, slaat niet aan. Er vindt een omslag plaats in de algemene opvatting dat kopen aantrekkelijker is dan huren. Nu de prijzen van huizen niet automatisch meer stijgen, gaat bij steeds meer mensen de voorkeur uit naar een huis huren in plaats van kopen.   

De politiek lijkt eindelijk in te zien dat er ingrijpende maatregelen nodig zijn om uit de impasse van de slechte doorstroming op huur- en koopmarkt te komen. Plotseling werd drie weken geleden de overdrachtsbelasting op woningen verlaagd van zes naar twee procent om de markt van koophuizen te stimuleren. De doorstroming op de huurmarkt probeert men te stimuleren door huishoudens die minder dan 43.000 euro per jaar verdienen niet meer in aanmerking te laten komen voor sociale huurwoningen en forse huurverhogingen aan te kondigen voor zogeheten scheefhuurders. Dit zijn huurders van goedkope sociale huurwoningen die in de loop van de tijd steeds meer zijn gaan verdienen. In aantrekkelijke woongebieden zal de maximale huur hoger komen te liggen dan in minder aantrekkelijke gebieden.

Het zijn initiatieven die starters in staat moeten stellen om aan zelfstandige woonruimte te komen. In hoeverre dit daadwerkelijk gaat lukken, moeten we afwachten. Dit zal ook afhankelijk zijn van het vertrouwen in de financiële sector rond de eurocrisis en de kredietverlening. Een winstpunt is in elk geval dat de politiek inziet dat huisvesting meer aandacht vereist op de politieke agenda.