vliegveld eindhoven
Hoeveel Nederlands moet een buitenlander kennen om in Nederland te kunnen werken? Oost-Europeanen die als lasser, tuinbouwmedewerker, steigerbouwer of dakdekker naar Nederland komen, spreken vaak hooguit een paar woorden Nederlands en zien dit niet als een probleem. In de omgang met collega’s redden ze zich wel met wat Duits of Engels. En wat hebben ze meer nodig? Boodschappen doe je tegenwoordig in een supermarkt. Daar heb je geen Nederlands voor nodig. Hun netwerk in Nederland bestaat uit landgenoten en hun sociale contacten met familie en vrienden in eigen land onderhouden ze via skype en email.
Met de Hongaarse vrouwen die ik opleid, ligt het iets anders. In Nederland komen zij in huis te wonen bij iemand die om gezondheidsredenen permanent persoonlijke zorg nodig. In die situatie speelt communicatie een belangrijke rol. Een paar woorden Engels of Duits volstaan daarbij niet, dus krijgen zij een intensieve taaltraining van vier weken NT2 die wordt afgesloten met een toets op A1 niveau. Eigenlijk te weinig om in hun werk te functioneren maar genoeg als startmotor in hun nieuwe bestaan.
Hoe ontwikkelen zij zich vervolgens? Ik zie ze de eerste weken alle zeilen bij moeten zetten om praktische zaken voor zichzelf te regelen. Dingen als een bankrekening openen, een sofinummer aanvragen, zich oriënteren in de omgeving, openbaar vervoer gebruiken en een ziektekostenverzekering afsluiten. Ook al gaat het soms met veel stress gepaard, met A1 niveau en een beetje hulp van buitenaf kom je eruit.
Tijdens het werk lukt het ook wel met het Nederlands zolang als het gaat om het kunnen uitvoeren van duidelijke instructies. Een werkrooster begrijpen, boodschappen halen voor de cliënt aan de hand van een lijstje, ervoor zorgen dat iets op een afgesproken moment gebeurt. Vaak is het een kwestie van een paar weken wennen.
Een veel ingewikkelder ‘domein’ is het communiceren met de buitenwereld. Er komt iemand van de gemeente langs voor een indicatiestelling; de familie wil weten of zich bijzonderheden hebben voorgedaan met de cliënt; buren komen kennis met de ‘nieuwe verzorgende’ maken; er moet een taxi geregeld worden of een afspraak gemaakt worden met een dokter of tandarts. De Hongaarse vrouwen zeggen zonder uitzondering dat zij dit heel moeilijk vinden in het Nederlands. Hiervoor is duidelijk een hoger taalniveau nodig dan A1. Als de omgeving geen standaard Nederlands spreekt, betekent dat een extra handicap. De tijd die de verzorgenden nodig hebben om zich de hierbij horende vaardigheden eigen te maken varieert van een maand tot ruim een half jaar.
Het gevaar is dat ze zich uiteindelijk met ‘krompraten’ vaak aardig weten te redden. Om voor het examen op A2 te kunnen slagen is dit funest, zeker wat spreken en schrijven betreft. Om echt verder te komen moet je doelgericht blijven ‘studeren’. Specifiek oefenen op werkwoordgebruik, op hoofdzinnen en bijzinnen, op de uitspraak niet te vergeten. Telkens opnieuw inzicht verwerven hoe het staat met je eigen fouten en die vervolgens gericht aanpakken tot je ze niet meer maakt. Als je dit een jaar volhoudt, zit je op B1 maar dit is slechts voor een enkeling weggelegd. De motivatie hiervoor ebt na een half jaar weg hoe bewonderenswaardig de discipline van deze vrouwen is.
De oorzaak hiervan is volgens mij de gemiddelde houding onder Oost-Europeanen ten aanzien van Nederland. Binding met Nederland voelen zij niet. Zij trekken erheen om te werken en geld te verdienen maar niet om er een bestaan op te bouwen. Ik ken inmiddels tientallen Hongaren van wie het leven bestaat uit enkele weken of maanden ‘klussen’ in het buitenland om daarna snel weer terug te gaan naar hun familie om daar wat vakantie te houden in afwachting van een volgende klus. Het maakt ze niet uit of dat in Duitsland, België, Nederland of Groot-Brittannië is. Wie met eigen ogen iets van dit verschijnsel wil zien, moet eens op een vrijdagmiddag naar vliegveld Eindhoven gaan. De vertrekkende vluchten zitten vol forenzen die met een klein tasje even tussendoor naar huis vliegen. Ik dit misschien het moderne Europese gevoel?