ard-en-keessie.bmp

Jaap Edenbaan in 1965

 

Deze week bestaat de Amsterdamse kunstijsbaan vijftig jaar. Geen sport lijkt zo typisch Nederlands als schaatsen. Zeventiende eeuwse winterlandschappen met schaatsende figuurtjes over het ijs zijn wereldberoemd. De eerste onderbindschaatsen met ijzeren messen werden in de vroege middeleeuwen in Nederland gemaakt. Eeuwenlang legden smederijen in waterrijke gebieden zich toe op deze nijverheid, soms met bijzonder kunstzinnige producten als resultaat, zoals de koninginneschaatsen of Wilhelminaschaatsen.

Schaatsen als wedstrijdsport kwam pas aan het einde van de negentiende eeuw op, zoals trouwens voor de wedstrijdsporten in het algemeen gold. Op gewestelijk en lokaal niveau waren sprintwedstrijden over 160 meter, de zogenaamde kortebaan, immens populair. Jaap Eden, degene naar wie de Amsterdamse kunstijsbaan genoemd is, werd in de jaren negentig van die eeuw drie keer wereldkampioen langebaanschaatsen. Dat hij tegelijkertijd ook wereldkampioen wielrennen werd, is tot nu toe een ongeëvenaarde prestatie.

Na Jaap Eden speelden Nederlanders internationaal een bescheiden rol in het langebaanschaatsen. Met name de Noren waren in die jaren zeer succesvol. In 1953 werd de  Nederlander Kees Broekman Europees kampioen, maar dit succes werd geheel overschaduwd door de watersnoodramp die in hetzelfde weekend plaatsvond.

In 1960 werd de Nederlander Henk van der Grift nipt wereldkampioen. Elk jaar trok hij naar Noorwegen om zich op een zelf geveegde baan op het wedstrijdseizoen voor te bereiden. In Nederland ontbrak de gelegenheid om dagelijks op het ijs te staan. Van der Grifts titel gaf de Nederlandse schaatssport het zetje dat het nodig had om een nieuw tijdperk in te gaan. Binnen een paar weken was er genoeg geld om eindelijk de in 1958 geplande 400 meterbaan in Amsterdam te realiseren.

Vanaf 1966, het begin van het Ard en Keessie tijdperk, domineerden Nederlanders in het langebaanschaatsen bij de mannen. Ook de vrouwen wonnen regelmatig titels, zoals Atje Keulen-Deelstra begin jaren zeventig. Zij hadden echter te kampen met achteraf bezien ‘oneigenlijke’ concurrentie uit de toenmalige DDR.

Tegenwoordig zal geen topschaatser nog voet zetten op de Jaap Edenbaan. In hun trainingsschema passen alleen razendsnelle overdekte banen als Thialf in Heerenveen of Inzell, Erfurt in Duitsland. De Jaap Edenbaan is nog slechts het domein van recreanten voor wie sporten in de buitenlucht belangrijker is dan snelle rondentijden. En die na afloop nog iets blijven drinken in de Skeeve Skaes en tussen unieke Ard en Keessie memorabilia herinneringen ophalen. Ter gelegenheid van het jubileum worden ook de muts, sjerp en schaatsen van Jaap Eden op de Amsterdamse ijsbaan tentoongesteld.