betegelde-tuin.bmp 

Als het weer niet snel verandert, zal de zomer van 2012 de geschiedenisboeken ingaan als een zeer natte zomer. Maar het is nog juli en degenen die gegokt hebben op een vakantie in eigen land blijven hopen op een zonnige nazomer. Een veel gehoorde wijsheid daarbij is: wat vandaag gevallen is, kan morgen niet meer vallen. Van dat water zijn we verlost. Bij normale regenval zijn de plassen meestal ook weer snel verdwenen. Alleen in de steden is er soms sprake van meer zichtbare overlast. Dan moet de brandweer eraan te pas komen om ondergelopen kelders en souterrains leeg te pompen.

Dat het hemelwater in stedelijke gebieden een groter probleem aan het worden is, is een direct gevolg van de bebouwing. In de vrije natuur wordt regenwater geabsorbeerd door de ondergrond. Neerslag krijgt de gelegenheid om enige tijd daarin te blijven hangen. Wat de planten vervolgens opnemen verdampt, de rest van het water komt via de ondergrond in sloten, boezems en rivieren terecht. Maar in de steden raakt een steeds groter deel van de ‘natuurlijke’ grondoppervlakte door bestrating en daken ‘versteend’. Neerslag stroomt direct weg en moet ‘kunstmatig’ worden afgevoerd door de straatriolering, om terecht te komen bij een plek waar het oppervlaktewater voldoende bufferend vermogen biedt als tijdelijke bergplaats.

Deze versnelde gang van het water raakt nog meer verstoord door de nieuwste trend bij tuinaanleg. Steeds meer tuinen bij huizen worden geheel bedekt met terrastegels. De tijd dat je op een zomeravond in een woonwijk overal gazonsproeiers en grasmaaiers hoorde, is voorbij. Daarvoor is in de plaats gekomen de hogedrukspuit waarmee af en toe stof en aanslag te lijf worden gegaan. Deze ontwikkeling is ingegeven door steeds meer tijdgebrek van tuinbezitters. Maar al deze stenen tuintjes bij elkaar zorgen wel voor dat er bij regen in korte tijd meer water moet worden afgevoerd dan het systeem aankan. De laatste tijd wordt dit probleem door de media opgepikt. Ongetwijfeld zal dit tot een bewustwording leiden die vanuit de tuinarchitectuur weer voor een tegenbeweging zorgt.

Op zich is het probleem niet van de allerlaatste tijd. Amsterdammers uit het museumkwartier herinneren zich nog de enorme bouwput aan de achterkant van het Rijksmuseum een jaar of vijftien geleden. Toen al werden er enorme ondergrondse reservoirs aangelegd voor regenwater. Ook gebieden met veel glastuinbouw zijn bekend met wateroverlast bij kortstondige, heftige regen. Al veertig jaar geleden werd in het Westland een verordening van kracht die zei dat elke nieuw gebouwde kas gecompenseerd moest worden met een even grote uitbreiding van het oppervlaktewater. Zo ontstond bijvoorbeeld het recreatiegebied Madestein, ten zuidwesten van Den Haag. Een plas die deze dagen van groot nut is als wateropslag maar er tegelijk wat verloren bij ligt als recreatiegebied. Het is te hopen dat hier nog even verandering in komt voordat de zomer voorbij is!