pauperparadijs.jpg

Onlangs las ik Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen en De Proefkolonie van Wil Schackmann. Beide boeken gaan over het ‘kolonie verleden’ van Drenthe. Begin negentiende eeuw werd de Maatschappij van Weldadigheid opgericht. Particulieren, kerkelijke organisaties en gemeentelijke armenbesturen legden geld in waarmee ontginningsprojecten in de Drentse veengebieden werden gestart. Er werden grote stukken wilde grond aangekocht, eerst in de buurt van Steenwijk, iets later bij Ommen en Assen. In verschillende fasen werden daar groepen huizen gebouwd met de bedoeling dat toekomstige bewoners er zelfstandige gemeenschappen zouden vormen. Er werd van start gegaan met de proefkolonie Frederiksoord. Later kwamen daar Ommerschans, Willemsoord, Wilhelminaoord en Veenhuizen bij. In heel Nederland selecteerden gemeentebesturen en kerkelijke besturen ‘armen’ die geschikt waren om in Drenthe een nieuw bestaan op te bouwen als boer of landarbeider. De stijgende kosten voor armenzorg werden door de Maatschappij van Weldadigheid overgenomen. Met dit steuntje in de rug, het beschikbaar stellen van huisvesting en grond, zouden arme gezinnen op den duur van niemand meer afhankelijk zijn. Frederiksoord was in 1818 nog een vrije kolonie maar al snel bleek het onhaalbaar om binnen de doelgroep van armen, bedelaars en gewezen militairen uit het leger van Napoleon voldoende mensen te vinden die vrijwillig zo’n nieuwe gemeenschap konden opzetten. De verwachtingen waren te hoog gestemd. De aanpak bij de volgende koloniën werd dan ook geheel anders. Ommerschans en Veenhuizen werden strafkoloniën waarin vrouwen en mannen gescheiden werden. Weeshuizen uit de grote steden leverden grote aantallen weeskinderen die in Drentse koloniën in tientallen tegelijk bij gastouders werden ondergebracht die zelf de tienerleeftijd nauwelijks waren ontgroeid. De koloniën werden verkapte gevangenissen. Doordat de financiële problemen van de Maatschappij van Weldadigheid te groot werden, werd Veenhuizen in 1859 door het Ministerie van Binnenlandse Zaken overgenomen. De treurige gang van zaken in deze dwangkolonie is door Suzanna Jansen uitgebreid beschreven. Om de buitenkant van het gesticht allure te geven werden kosten nog moeite werden gespaard. Veel van deze prachtige architectuur is bewaard gebleven. De gebouwen dragen namen als Bitter en Zoet, Zegenrijk, Geestkracht of Vooruit. Optimistische namen die de gevangenen inpeperden dat ze tot oppassende burgers konden worden omgevormd als ze daar zelf hun best voor deden. Enige jaren geleden werd hier het Gevangenismuseum geopend, zeer de moeite waard voor een bezoek. Een aantal voormalige bewakerswoningen is verbouwd tot gastenverblijven. Echt geïnteresseerden kunnen deze huren en er een korte vakantie doorbrengen. Zie voor informatie www.gevangenismuseum.nl.