taal-is-zeg-maar-echt-mijn-ding.jpg

 

Toen ik een jaar geleden voor het eerst het boek Taal is zeg maar echt mijn ding van Paulien Cornelisse in de boekhandel zag liggen, vond ik de titel wel zó raar dat ik het hele boek maar liet voor wat het was. De zoveelste poging om populair taalgebruik in kaart te brengen, op het moment dat het in de winkel ligt, is het nieuwe alweer hopeloos verouderd. Zoiets zal ik gedacht hebben. Ook de gekrabbelde beestjes in NRC met de enorme tekstwolken boven het hoofd, van dezelfde Paulien Cornelisse, vond ik niet bijzonder.

Maar toen ze in juli een avond Zomergasten verzorgd had, besefte ik dat ik me door te snelle vooroordelen had laten leiden. Het gesprek met Jelle Brandt Corstius kende een buitengewoon boeiend verloop. Twee scherpe geesten die elkaar goed aanvoelden en zo duidelijk van een jongere generatie dan degenen die meestal de intellectuele gesprekken in de media voeren.

Opvallend was de afwezigheid van kritische beeldfragmenten van de grote wereldproblemen. Vlijmscherp ontleedde ze een onschuldig zomerprogramma over de camping in Bakkum waar een vrouw op leeftijd met haar oude buitenlandse vlam herenigd werd in het bijzijn van haar man. Met haar toelichting werd het optreden van een Britse stand up comedian opeens fascinerend, of de documentaire over een echtgenoot die zich om had laten bouwen tot vrouw waarna de kinderen opeens met twee moeders hadden.

Voor mij voldoende reden om toch Taal is zeg maar echt mijn ding te halen. Dit boek is werkelijk smullen voor wie geïnteresseerd is in veranderingen in de Nederlandse taal van de afgelopen tien, twintig jaar. Het boek is met veel humor geschreven. Cornelisse heeft allerlei interessante voorbeelden verzameld die hoe taal verweven is met iemands persoonlijkheid. De voorbeelden waarmee ze wil zeggen hoe onbegrijpelijk de regels van het Nederlands voor een NT2 leerder moeten zijn, vond ik minder sterk. Maar haar milde oordeel over het maken van taalfouten, gekoppeld aan de vraag waarom taalgebruik zoveel irritatie kan opwekken en tegenover haar eigen ‘zwakheid’, namelijk dat ze anderen graag verbetert, nodigen elke taaldocent uit om eens vanuit een deze perspectieven over je doen en laten na te denken.