unawe.png  

Niemand die een maand geleden bij een onbewolkte hemel in donker omhoog keek, kan het ontgaan zijn dat er hoog in westelijke richting twee uitzonderlijk heldere ‘sterren’ vlakbij elkaar stonden. Steeds dichter waren ze naar elkaar toe gekropen, de helderste vanuit het westen en de minst heldere vanuit het oosten. Rond 12 maart ‘passeerden’ ze elkaar, waarna de helderste door bleef stijgen en de andere in de richting van de zon daalde en nu langzaam aan het verdwijnen is in het licht van de zon.

Wie zich vandaag de dag meer over zo’n verschijnsel wil weten, kan met behulp van internet heel gemakkelijk aan informatie komen. Je hoeft maar even achter Google te gaan zitten en je weet dat deze twee heldere ‘sterren’ geen sterren zijn maar onze twee helderste planeten Venus en Jupiter. Toen ik me als jongen voor astronomie begon te interesseren waren de hulpmiddelen veel beperkter. In de plaatselijke boekhandel kocht ik een ‘Sterrengids voor jonge onderzoekers’. ’s Avonds hing ik uit het raam van mijn donkere slaapkamer om wijs te woorden uit de witte puntjes op de zwarte bladzijden uit mijn boekje die de sterrenbeelden moesten voorstellen. Ik zocht houvast in namen als ‘Waterslang’, ‘Leeuw’, ‘Dolfijn’ en ‘Noorderkroon’. Na enkele weken moest ik mijn pogingen staken. Alleen de Kleine Beer had ik gevonden. Vijftien jaar later kocht ik op een rommelmarkt een telescoop met een set sterrenkaarten waarmee ik meer succes had. In een jaar tijd leerde ik alle sterrenbeelden en snapte ik steeds beter hoe zij gedurende het jaar zichtbaar en onzichtbaar werden. En hoe de zon, maan en planeten van ons zonnestelsel zich daar tussendoor bewogen. Toen ik het eenmaal doorhad, organiseerde ik regelmatig sterrenkijkavonden voor de middelbare scholieren van de school op Aruba waar ik toen lesgaf. De omstandigheden waren ideaal natuurlijk. Het was het hele jaar door vroeg donker, helder en aangenaam warm. Ik zag hoe veel kinderen tegelijk teleurgesteld en begeesterd waren door wat zij door mijn telescoop zagen. Teleurgesteld omdat zij niets te zien kregen van de hun bekende beelden uit science fiction films; begeesterd omdat ze de ringen van Saturnus, de manen en de rode vlek van Jupiter en de kraters op de maan die ze van foto’s kenden met eigen ogen in het echt zagen.Desalniettemin bleef het voor deze kinderen bij een enkele keer kijken. Het is nu eenmaal lastig om iemand door het stadium van beginnende sterrenkijker heen te helpen. Toen ik later mijn eerste boekje terugvond, begreep ik dat mijn eerste poging om als kind iets van astronomie te begrijpen door de ontoegankelijkheid van tekst en beeld al op voorhand tot mislukken gedoemd was geweest.De Leidse astronoom en wetenschappelijk directeur van de Leidse Sterrewacht George Miley heeft een bijzonder initiatief genomen om het universum dichter bij jonge kinderen te brengen. In 2005 richtte hij de Universe Awareness (UNAWE) op. Dat het om een serieus initiatief gaat, blijkt uit het feit dat het project een subsidie van 1,9 miljoen euro heeft gekregen van de Europese Unie. De website www.unawe.org biedt een prettige en overzichtelijke toegang voor kinderen uit alle delen van de wereld en hun docenten om kennis te nemen van astronomische wetenswaardigheden en om daarover met elkaar te communiceren. De vaste pagina’s kunnen in verschillende talen worden aangeklikt, ook in het Nederlands. De directe communicatie vindt vooral in het Engels plaats maar dit zal voor veel kinderen nauwelijks een probleem zijn door de mogelijkheid om vooral veel foto’s en afbeeldingen uit te wisselen en vooral natuurlijk vanwege de aard van het onderwerp. Want wat is er nou universeler dan de sterrenhemel die in elke cultuur uit dezelfde hemellichamen bestaat en die elk kind vanaf zijn eigen plekje kan bewonderen.