uitleggen.jpg 

Acht jaar geleden verruilde ik lesgeven voor schrijven. Ik verdiepte me in een aantal handboeken voor schrijvers waarbij ik steeds stuitte op het algemene schrijversadagium show, don’t tell. Ook Nederlandstalige handboeken geven de Engelse term, waarvan het tweede deel zich wat lastig laat vangen voor een Nederlands woord. Het zinnetje als geheel wil zeggen dat je hetgeen je schrijft zoveel mogelijk moet ‘tonen’ en zo weinig mogelijk moet ‘vertellen’. Dit laatste vooral in de betekenis van ‘uitleggen’.

Als docent had ik ‘goed uit kunnen leggen’ juist als bijzondere verdienste beschouwd. Hoe vaak had ik me niet uitgeput om lastige onderwerpen met eindeloos geduld telkens weer op een andere manier onder woorden te brengen totdat iedereen het begreep? Waarom zou dat voor een schrijver opeens fout zijn?

Het verschil is dat schrijver slechts over beperkte middelen beschikt om de aandacht van zijn lezer vast te houden. Iedere lezer die zijn boek ter hand neemt, is vrij om het na een paar bladzijden weer opzij te leggen, althans waar het om ‘recreatief’ lezen gaat. Voor een schrijver is het dus de kunst om een tekst te schrijven die de lezer in zijn greep houdt. Een leraar verkeert heeft de ‘luxe’ dat zijn leerlingen niet weg kunnen lopen en zijn lessen wel uit moeten zitten.

Een paar jaar lang heb ik geprobeerd me het show, don’t tell principe eigen te maken, op de eerste plaats door erop te letten hoe doorgewinterde schrijvers dat doen. Een goede romanschrijver zorgt er altijd voor dat handeling en gebeurtenissen ondersteund worden door iets wat de lezer in staat stelt het gelezene te visualiseren. Twee personages zijn met elkaar in gesprek. Hun woorden en gedachten worden ‘onderbroken’ door de beschrijving van de tuin waarop ze uitkijken, de kleding die ze dragen, de kop koffie die ze bestellen of het weer dat aan het veranderen is. Door dit consequent te bouwen, houdt de schrijver de lezer erbij.

Kortgeleden ben ik weer begonnen met lesgeven en ik merk dat ik opeens veel kritischer sta tegenover ‘uitleggen’. Natuurlijk is het nodig om knelpunten uit te lichten en inzicht te verschaffen maar veel sneller dan voorheen zal ik mezelf hierin afremmen en kiezen voor de show, don’t tell aanpak.

Nieuw voor mij is dat ik opeens de beschikking heb over internet in de klas en een beamer waarmee ik in een muisklik de hele buitenschoolse wereld naar binnen kan halen. Laat de buitenlandse cursisten maar kijken naar wat mensen in Nederland doen, hoe ze eruit zien en hoe ze met elkaar omgaan. Laat ze maar luisteren en proberen te begrijpen wat er gezegd wordt. Schooltelevisie, uitzending gemist met Lingo, Boer zoekt vrouw, Ter land ter zee en in de lucht of Nederland van boven. Kinderliedjes, levensliedjes. De bronnen zijn onuitputtelijk. Cursisten die achtergrondinformatie willen hebben komen vanzelf met vragen. Bewust laat ik ze hun vragen ‘ophouden’ tot na afloop. Lopende fragmenten stopzetten doe ik bij hoge uitzondering, het show, don’t tell principe indachtig. Al na een paar dagen kon ik me niet meer voorstellen hoe ik ooit zonder had gekund. Tot er op een kwade ochtend een internetstoring optrad waarbij ik twee dagen zonder zat en ik op oude gewoonten moest terugvallen. Of het kwam doordat ik opeens kritische toehoorder bij mijn eigen uitleg was of door het uitleggen zelf. Maar wat was dat vermoeiend.