oost-europa.jpg 

Op dit moment wonen er naar schatting 200.000 Oost Europeanen in Nederland die afkomstig zijn uit de nieuwe lidstaten van de EU: Bulgarije, Roemenië en Polen. Tweederde van hen is man. De meerderheid van deze mensen is als werknemer geregistreerd, namelijk 125.000.

Zijn er argumenten om deze Oost Europeanen binnen het Nt2 onderwijs als aparte groep te bedienen? En is daar interesse voor?

Het gaat om een duidelijk te onderscheiden groep. De overheid heeft er al een naam voor: MOE-landers (Midden en Oost Europese). De motieven om deze landen voor Nederland te verruilen, zijn van economische aard. De lonen hier zijn hoger dan in Oost Europa en er is meer werkgelegenheid. Dat brengt individuen ertoe om tijdelijk in het buitenland te werken, bijvoorbeeld als seizoenwerker of voor enkele jaren. Als de situatie in eigen land beter was, zouden zij deze stap niet nemen. Nu Polen zich binnen Europa opeens ontpopt als een klein economisch wonder, keren veel Polen terug en neemt het animo om nog naar Nederland te komen snel af. Aan de andere kant leert de ervaring dat arbeidsmigranten allerlei redenen kunnen hebben om te blijven en zo zal het hier ook zijn. En daarmee zullen zij ook gemotiveerd zijn om Nederlands te leren.

Interessant is de vraag aan welk soort cursussen dan behoefte is. Voor onderdanen uit andere EU landen bestaat geen inburgeringsplicht dus de behoefte ligt niet bij specifieke examenvoorbereiding. Kennis van vaktaal ligt eerder voor de hand. Het zou mooi zijn als deze benadering van Nt2 uit het eerste uur weer eens nieuw leven ingeblazen krijgt.  

Rest nog de vraag welke Kennis van de Nederlandse Samenleving voor deze groep zinvol is. Het gaat immers om mensen die bekend zijn met de westerse waarden. In deze tijd van economische crisis en euroscepsis is het misschien interessant om lesmateriaal te ontwikkelen waarbij het accent op Europa ligt. Wat maakt Europa tot Europa en hoe verhouden de verschillende nationaliteiten zich tot elkaar. Uit het publieke debat klinkt steeds luider de stem dat de EU het moeilijk gaat krijgen als zij uitsluitend draait om het monetaire en economische beleid. De tijd is aangebroken om veel meer energie te steken in het ontwikkelen culturele waarden die betrekking hebben op Europa. Arbeidsmigratie ontstaat uit economische motieven maar levert ook een schat aan uitwisseling van culturele waarden op. De Europese geschiedenis is erdoor getekend, zowel de positieve als negatieve bladzijden. Het zou goed zijn om daar in de lessen bij stil te staan.