Onlangs hebben de hoogleraren Entzinger en Groenendijk een brief aan de Tweede Kamer verstuurd met opmerkelijke bevindingen over de stagnatie van de inburgering sinds de invoering van het nieuwe stelsel in 2007.

De schrijvers stellen dat er van meet af aan sprake is geweest van drie onjuiste uitgangspunten.

A. De wet gaat uit van de gedachte dat immigranten de Nederlandse taal niet willen leren als ze daartoe niet worden gedwongen.

Ook de nieuwe minister hanteert in een recente brief aan de Tweede Kamer een harde toon jegens 14.000 inburgeringsplichtigen die geen gebruik maken van een voorziening om de taal te leren. Hij doet zonder in te gaan op de oorzaken van niet starten met een opleiding en vroegtijdig afhaken.

B. Het voorstel van de Wet inburgering ging uit van de gedachte dat de meeste immigranten gedwongen kunnen worden om inburgeringscursussen te volgen en op straffe van sancties te slagen voor een examen.

Van de 117.000 immigranten in Nederland in 2007 bleken er na toepassing van de criteria van de wet slechts 14.000 inburgeringsplichtig. De briefschrijvers veronderstellen dat ook van degenen die buiten deze groep vallen velen geïnteresseerd zijn om de taal te leren. Het rigide systeem van verplichting en sancties weerhoudt hen echter.

C. Als immigranten niet slagen voor het examen is dat aan hen te wijten.

Door de vele debatten die aan de Wet inburgering vooraf gingen, zijn de exameneisen opgeschroefd tot onrealistische hoogten. Veel inburgeraars weten dat zij voor dit examen nooit zullen slagen. Het gevolg is dat gemeenten gedwongen zijn om op grote schaal ontheffing te verlenen.

 

De hoogleraren besluiten hun brief met negen punten ter afweging. Verschillende daarvan gaan over het systeem van sancties en boetes. Ook onder de WIN werd hiermee gedreigd maar werden zij nooit opgelegd. Een evaluatie was op haar plaats geweest. Treffend is ook de constatering dat veel inburgeringsplichtingen vanuit de WWI een sancties opgelegd kunnen krijgen wat de sanctiegedachte van de Wet inburgering grotendeels overbodig maakt.

 

Ongetwijfeld zullen er binnenkort reacties loskomen van bewindvoerders op deze mijns inziens terechte constateringen van de heren Entzinger en Groenewegen. Ook is bekend gemaakt dat de ministers Van der Laan en Hirsch Ballin deze maand zelf de opgaven van de inburgeringsexamen gaan bekijken. Ik hoop dat ze hun bevindingen bij een eventuele reactie op deze opmerkelijke brief  betrekken.

U kunt de brief in zijn geheel bekijken op:

 http://www.vng.nl/Documenten/Extranet/Werk%20en%20inkomen%202009/Inburgering/090217_brief_entzinger_en_groenendijk.pdf