kenau
In de bioscoop draait sinds kort de film Kenau, over de vrouw aan wie de Nederlandse taal het zelfstandig naamwoord danken heeft, dat door Van Dale niet zo vleiend omschrijft als ‘manwijf’. De film presenteert Kenau Simonsdochter Hasselaer als een vrouw van vlees en bloed, hoewel er in de overgeleverde bronnen weinig over haar te vinden is. Vast staat wel dat zij een prominente rol gespeeld heeft bij de verdediging van de stad Haarlem tijdens het beleg door de Spanjaarden in 1572. Eerder waren Zutphen en Naarden in Spaanse handen gevallen. De bevolking van Haarlem wist lange tijd weerstand te bieden maar uiteindelijk moest de stad zich overgeven. Dit beleg geldt toch als keerpunt in de Tachtigjarige Oorlog. Het Haarlemse verzet had de Spanjaarden dusdanig uitgeput dat zij daarna de strijd om Alkmaar verloren.
De makers van de film hebben schrijfster Tessa de Loo gevraagd om op basis van het filmscript een historische roman te maken, een opmerkelijke manier van werken voor een romanschrijver.
In interviews bij het uitkomen van het boek vertelde De Loo dat ze het prettig gevonden had om de verhaallijnen niet zelf te hoeven bedenken maar ook dat ze bij sommige scènes moeite had gehad met de geloofwaardigheid. Ze heeft de filmmakers zelfs weten over te halen om het script op één cruciaal punt te veranderen. In het nawoord zegt de schrijfster dat zij met haar roman beoogde ‘een geloofwaardige indruk te geven van hoe het eraan toeging tijdens het beleg’.
Geloofwaardig vond ik als lezer hoe ze de chaotische situatie binnen de stadsmuren verbeeldt met de huursoldaten en de vluchtelingen uit de wijde omtrek die door de Haarlemmers onderhouden moeten worden. Het verhaalverloop wordt gedragen door de psychologische ontwikkeling die Kenau doormaakt. We zien hoe zij zich afkeert van de katholieke kerk nadat haar dochter veroordeeld is tot de brandstapel, een voor de film bedacht gegeven dat in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden. Ook zien we Kenau worstelen met het leed dat zij door haar oorlogshandelingen aanricht onder vijandelijke soldaten, een thema van alle tijden. Een historische roman zegt ook altijd iets over de tijd waarin hij geschreven is. Het thema vrouwenemancipatie komt wat aangedikt over. Kenau lijkt aan het hoofd te staan van een moderne emancipatiebeweging. Zij rekruteert driehonderd vrouwen om de Kruispoort te verdedigen. Het is een interpretatie die niet op historisch feitenmateriaal berust maar het maakt het verhaal als verhaal ook niet ongeloofwaardig.
Nogal ambivalent vond ik de manier waarop Tessa de Loo seksualiteit een plaats geeft in de roman. De heersende moraal onder haar personages lijkt preuts in verhouding tot huidige maatstaven maar het ‘seksuele idioom’ in de dialogen zou makkelijk in onze tijd passen. Tessa de Loo maakt veel gebruik van (innerlijke) dialogen als literair middel om situaties te beschrijven en zaken aan de lezer uit te leggen. Ook op momenten van opwinding en spanning worden ruimten nauwkeurig geobserveerd, handelingen uitgebreid gemotiveerd en gedachten uitgesponnen. Dit past wel in de traditie van de historische roman.
Voor oplettende lezers is het altijd leuk om uit eigentijdse historische boeken de anachronismen te halen. Mij vielen twee van dergelijke ‘ongelukjes’ op, het gebruik van ‘meter’ als maat en ‘dynamiet’ als synoniem voor buskruit.
Al met al heeft Tessa de Loo een vlotte, onderhoudende roman geschreven die de lezer terugvoert in de tijd. Dichterbij de echte Kenau kan ze ons niet brengen. Dat ligt niet aan de schrijfster. Als de bronnen ontbreken, houdt het op.