veilingklok
Ondanks dat Nederland niet meer dan een vlekje op de wereldbol bestrijkt, is het land de tweede voedselproducent ter wereld. Het geheim hierachter is de bijzonder hoge organisatiegraad van de agrarische sector. Wetenschap en praktijk kennen een hechte band. Ruim zestig procent van de mensen die in de sector werkzaam zijn, heeft een middelbare of hogere beroepsopleiding doorlopen. Veel agrarische ondernemers zijn lid van een studieclub waarin zij hun kennis met anderen delen. Ook de handel in agrarische producten is van oudsher uitstekend georganiseerd.
Uniek in de wereld zijn de Nederlandse groente- en bloemenveilingen waar tuinders hun net geoogste spullen brengen om door de groothandel te worden gekocht en meteen klaar zijn voor distributie. Deze veilingen zijn door tuinders opgerichte en beheerde coöperaties. Vijftig jaar geleden waren ze door heel Nederland te vinden. Telers die bij zo’n coöperatie waren aangesloten, hadden zich verplicht om al hun producten via ‘hun’ veiling af te zetten. Op verkoop ‘buiten de veiling om’ stonden flinke boetes.
Het hart van elke veiling was de veilingklok waarmee de prijzen werden vastgesteld. De cijfers op de enorme wijzerplaat stelden centen of guldens voor. De tuinders moesten met hun partij groente of bloemen vóór deze klok langs rijden of varen. De kopers zaten op een tribune en keken toe. De veilingmeester zette een hoge prijs in en liet de wijzer van de veilingklok ‘terugdraaien’. De koper die als eerste op het knopje drukte vóór zich in de bank, zette de klok stil en werd de eigenaar van de partij voor het bedrag waar de wijzer bleef steken.
Halverwege jaren zestig begonnen overal kleine veilingen te fuseren tot grotere. Uiteindelijk bleven er slechts een paar héél grote over, de groenteveilingen in het Westland en de bloemenveilingen in het Westland en Aalsmeer.
Rond de eeuwwisseling gingen deze op in nog grotere conglomeraten, FloraHolland voor bloemen en The Greenery voor groente. De manier waarop vraag en aanbod bij elkaar gebracht worden, is volledig veranderd. Kenmerkend is dat de kopers zich de laatste jaren beter zijn gaan organiseren. Zij hebben de veiling steeds minder nodig. Supermarkten sluiten steeds vaker rechtstreeks contracten af met tuinders tegen vooraf vastgestelde prijzen. De veilingverkoop blijft daarnaast bestaan maar dit gebeurt door middel van schermen, zonder de fysieke aanwezigheid van de handelaren. De veilingterreinen zijn immense distributiecentra geworden en de veilingklok een stukje cultureel en industrieel erfgoed. Een logische ontwikkeling, nodig om Nederlands sterke positie als producent van verse producten vast te houden.