van der elsken
Ed van der Elsken (1925 – 1990) was een fotograaf die het naoorlogse Amsterdam een bijzonder gezicht heeft gegeven. Veertig jaar lang legde hij het leven in de hoofdstad vast in indringende beelden. Het Stadsarchief van Amsterdam wijdt hier deze zomer een overzichtstentoonstelling aan. In de aparte tentoonstellingsruimte zijn de typische vintage-achtige zwartwitfoto’s te zien waarmee Van der Elsken naam gemaakt heeft. In de hal worden de lossere, veel beweeglijkere kleurendia’s getoond die hij in de jaren zeventig heeft gemaakt.
Kort na de Tweede Wereldoorlog begon Van der Elsken met zijn gewoonte om met een fototoestel over straat te zwerven en hetgeen zich voor zijn ogen afspeelde vast te leggen. Vaak waren dit maar één of twee foto’s op een dag, soms helemaal geen, zo is te horen op een van de geluidsfragmenten van de audiotour bij de tentoonstelling (waarop Van der Elskens stem opnieuw is ingesproken door Laus Steenbeeke).
Het zijn die oudste foto’s die op mij de meeste indruk maakten. Zij tonen hoe groot de armoede en het verval van die eerste jaren na de oorlog waren die de geschiedenisboeken ingegaan zijn als de ‘Wederopbouw’. Deze foto’s gaan naadloos over in beelden van bohémien-achtige types die in de jaren vijftig hun subculturen vestigden tussen de Zeedijk en de Nieuwmarkt: nozems, gelukzoekers, prostituees, club- en cafébezoekers. Van der Elsken vertelt dat hij zijn favoriete modellen bijna altijd in de leeftijd tussen 15 en 23 jaar zaten, de leeftijd waarop je bezig bent naar een houding te zoeken en waarop moed, individualisme en vrijheidsdrang de belangrijkste waarden zijn.
Smakelijk vertelt Van der Elsken hoe een hem opgedrongen flirt met de society fotografie voor een Frans tijdschrift mislukte. Hij werkte wel voor tijdschriften maar zijn hart lag bij het bundelen van zijn foto’s in boekvorm. Het meest bekend zijn Amsterdam! (1979) en het postuum uitgegeven Once upon a time (1992). Op de tentoonstelling hangen onder andere honderd losse eigen afdrukken van bekende foto’s van Van der Elsken. Hij legt uit hoe hij met lenzen en sluitertijden omging en hoe hij bij het maken van zijn afdrukken contrasten in licht en donker aanscherpte. Op dit gebied was hij een enorme perfectionist.
Na beelden van de rellen bij de Russische inval in Hongarije in 1956 wordt de tentoonstellingsbezoeker de roerige jaren zestig gezogen. Alle iconische gebeurtenissen uit die tijd zijn door Van der Elsken op zijn manier vastgelegd: de bouwvakkersrellen; het huwelijk van Beatrix en Claus en de Maagdenhuisbezetting. Als fotograaf houdt Van der Elsken enige afstand maar in zijn uitspraken is hij kritisch ten aanzien van ‘het gezag’. Daarbij toont hij ook weer veel humor die in zijn foto’s is terug te zien. Hoe hij daar terechtgekomen is, wordt in het midden gelaten maar grappig is een foto (uit 1955) van de promotie van een jeugdige Willem Frederik Hermans op een hoog spreekgestoelte met vóór zich met stalen gezicht paranimf Gerard Kornelis van het Reve. Uitermate chaotisch zijn de beelden die hij gemaakt heeft bij de kunstenaarsbijeenkomst ‘Open het graf’ in 1962 als persiflage op de actie ‘Open het Dorp’ door Mies Bouwman kort daarvoor. Rondlopend over de tentoonstelling viel het me op dat Van der Elskens foto’s verder nooit, ook niet ‘per ongeluk’, beroemdheden tonen, maar wel veel bekende gezichten: het meisje met het suikerspinkapsel, de nozems, de meisjes op de Groenburgwal. Gezichten die vanwege zijn foto’s ‘beroemd’ geworden zijn.