Afgelopen vrijdag hield de Nederlandse Vereniging voor Leraren Maatschappijleer haar jaarlijkse docentendag. De NVLM is een beroepsvereniging met 500 leden. Dit is een kwart van alle leraren maatschappijleer in heel Nederland. De meeste deelnemers aan de studiedag werkten in de schooltypen van het voortgezet onderwijs en een kleiner deel in het MBO.

Helaas heeft de NVLM geen vertakkingen met de inburgering. Dat is bijzonder jammer want vakinhoudelijk ligt KNS dichter bij maatschappijleer dan bij NT2.

Het was een genoeglijke sfeer in conferentiecentrum Regardz in Zwolle dat voor deze gelegenheid was afgehuurd. In de ochtend bestond het programma uit plenaire optredens van Liesbet van Zoonen en Bas Heijne.

De eerste spreker toonde aan dat er veel mis is met de manier waarop politiek en pers schokkende gebeurtenissen zoals onlangs in de crèche in Dendermonde in verband brengen met gewelddadige computerspelletjes. En dat ook objectief wetenschappelijk bewijs hierbij helemaal niet zo objectief is als de argeloze leek geneigd is om aan te nemen.

Bas Heijne plaatste met een gesproken column kanttekeningen bij een paradox waar de Nederlandse media met regelmaat op wijzen, namelijk dat Nederlanders wel tevreden zijn met hun persoonlijke leven maar niet met hun relaties die daarbuiten reiken. Zo paradoxaal als dat klinkt, is het helemaal niet.

De rest van het programma bestond uit twee ronden van anderhalf uur met vijftien voordrachten elk waaruit alle deelnemers er een voor zichzelf konden kiezen.

Ik zelf heb gekozen voor een lezing over humor in de publieke sfeer en een presentatie getiteld motiverende + effectieve lessen over de verzorgingsstaat.

Wat me steeds opviel was de open manier waarop deze docenten maatschappijleer tegen de inhoud van hun vak aankijken. Ik hoorde iemand zeggen dat maatschappijleer per definitie altijd begint bij punten waar verschillende meningen tegenover elkaar staan. Vervolgens is het niet de taak van de docent om een stellingname als de juiste te bestempelen. Wel probeert de docent aan te geven dat de maatschappij bewust zó is georganiseerd dat vrije meningen naast elkaar kunnen bestaan en hoe je als individuen naar elkaar kunt luisteren en respect bewaren.

In mijn ogen is dit een punt waarop KNS afdrijft van de beginselen die bij een maatschappijvak horen. Te vaak poneren de eindtermen KNS een bepaalde norm als dé heersende opvatting (en maken ze andere normen daaraan ondergeschikt).

Een hart onder mijn KNS-riem was de ontdekking dat ook maatschappijleerdocenten kampen met het gevoel dat ze maar een nietig vakje beheren in vergelijking met hun collega’s. Dat ze, als ze hun vak wetenschappelijk hoger willen tillen, dat zelf moeten doen. Met veel moeite probeert men een kostbare leerstoel maatschappijleer te realiseren. Wordt het niet eens tijd om te onderzoeken of KNS dit initiatief kan ondersteunen?