vlag
Bevrijdingsdag komt weer dichterbij. De Rotterdamse Kunsthal heeft het initiatief genomen om de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog in een landelijk perspectief te plaatsen. Tot 5 mei worden 100 voorwerpen tentoongesteld, afkomstig uit de collecties van vijfentwintig oorlogs- en verzetsmusea verspreid over Nederland, van het Bevrijdingsmuseum Zeeland tot het Fries Verzetsmuseum. Ad van Liempt (1949) die zich als auteur en journalist veel met de Tweede Wereldoorlog heeft beziggehouden, heeft op verzoek van het Nationaal Comité 4 en 5 mei de selectie samengesteld. Ze vormen een bron van verhalen over bijzondere gebeurtenissen en het gewone leven tijdens ‘de oorlog’ en zoals vaak bij dit soort tentoonstellingen zijn het details die de aandacht trekken en indruk maken, de dingen die je nooit zou bedenken.
In een van de vitrines staat een typemachine. Hiermee zijn door de bezetters in het Scholtenhuis in Groningen verhoren en vonnissen uitgetikt. Ik kreeg rillingen bij het zien van de speciale ‘sneltoets’ boven het cijfer 3 waarmee in één keer het SS symbool kon worden aangeslagen.
Er ligt een rol gele stof bedrukt met een patroon van davidsterren. In een textielfabriek De Nijverheid in Enschede is in één dag tijd 10.000 meter van deze stof gemaakt, ‘genoeg’ voor alle Nederlandse joden. Deze moesten overigens 4 cent voor een ster betalen en een bon voor textiel inleveren.
Luguber is ook de ‘gasvrije’ kinderwagen die voor de kleine prinsesjes Beatrix en Irene gemaakt werden is om hen te beschermen tegen een Duitse aanval met gifgas. Er wordt ook een filmpje vertoond van deze prinsessen net na hun terugkeer uit Canada, brutaal kauwend op kauwgom.
De tentoongestelde voorwerpen zijn ook stille getuigen van de inventiviteit en de veerkracht die de extreme oorlogsomstandigheden blijkbaar losmaakt in mensen. Er staat een de kano die door Engelandvaarders Henri en Willem Peteri gebruikt is voor hun geslaagde oversteek naar Engeland. Vierentwintig van de tweeëndertig die op deze manier hebben geprobeerd te vluchten, hebben de overkant van de Noordzee niet gehaald.
Inventief was zeker ook de meestervervalser Han van Meegeren. Zijn schilderij De overspelige vrouw heeft een plekje tussen de voorwerpen gekregen. Midden in de oorlog verkocht hij deze als een echte Vermeer voor 1,65 miljoen gulden aan nazileider Göring. Na de oorlog claimde hij dit als een verzetsdaad……
Als vanzelfsprekend schenkt de tentoonstelling ook aandacht aan Rotterdam. Aan de wanden zijn sterk uitvergrote foto’s te zien van het bombardement op 14 mei. Een bezemsteel met een vierkant stuk laken met bloedspatten plaatst deze brute daad in een heel apart perspectief. Net vóór het bombardement werd dit voorwerp door de Nederlandse sergeant-majoor Gerrit van Ommering gebruikt als capitulatievlag, het Nederlandse antwoord op het Duitse dreigement om Rotterdam te bombarderen als het zich niet overgaf. Alleen waren de vliegtuigen met de bommen op dat moment al onderweg en deze konden niet meer bereikt worden.