spreeuwen

Spreeuwen behoren in Nederland tot de meest alledaagse vogels. Hun uiterlijk heeft niets wat direct in het oog springt en met het geluid dat ze voortbrengen raken ze het menselijke gevoel voor schoonheid ook niet echt. Bijzonder worden ze pas in de herfst, wanneer ze tegen de avond enorme zwermen vormen die na een spectaculaire luchtshow een slaapplaats uitzoeken. Ik zag dit eind 1999, begin 2000 voor het eerst, op korte afstand van mijn huis midden in de stad. En nog steeds sta ik er vanaf het balkon vaak speciaal naar te kijken. Het is een schouwspel dat nooit hetzelfde is. Zo’n zwerm verandert elke keer als bij toverslag van richting en vorm. En de kale populieren waar ze in de schemer in neerstrijken, lijken wel door de enorme aantallen opeens volop in het blad te staan. Steeds vaker zie ik ook verschillende zwermen met elkaar het spel aangaan. Er lijken elk jaar meer spreeuwen bij te komen.

De berichten dat de spreeuwenstand in Nederland hard achteruit gaat, zijn met mijn waarneming in strijd. Bij de Nationale Tuinvogeltelling afgelopen weekend is de spreeuw uit de top 10 verdwenen. Vogelbescherming meldt dat het aantal sinds de jaren negentig met veertig procent is teruggelopen. Van de 1,3 miljoen die er in de jaren tachtig waren is minder dan de helft over. De spreeuw geldt al geruime tijd als een beschermde inheemse diersoort. Alleen in situaties waar ze grote schade aan kunnen richten, zoals tijdens de kersenpluk in de Betuwe, worden er ontheffingen verleend om op spreeuwen te jagen.

De Rotterdamse media komen de afgelopen dagen met berichten over overlast van spreeuwen in het Centraal Station. Al vele jaren poepen ze daar alles onder en verschuilen ze zich in de liftkokers maar nu het station vernieuwd is, lijkt de maat vol. Reden om het gespecialiseerde vogelverjaagbedrijf Bird Control in te schakelen. Dit is met een mens- en vogelvriendelijke oplossing gekomen. Wie ’s avonds over de perrons loopt, ziet boven zijn hoofd een lasershow van groene lichtbundeltjes waarvoor spreeuwen op de vlucht slaan naar plekken waar ze met rust gelaten worden.

Als we het over spreeuwen in Nederland hebben moeten we onderscheid maken tussen het voorjaar en de vroege zomer tegenover de rest van het jaar. De spreeuwen die in Nederland broeden, trekken in de herfst weg naar het zuiden. De spreeuwen die we later in het jaar zien, broeden in Noord- en Midden-Europa en verzamelen zich daar tijdens de zomer om in augustus weg te trekken. Omdat ze graag foerageren in niet te droge graslanden, zijn de omstandigheden in Nederland voor deze vogels gunstig.

Er is een klein verschil tussen gewone spreeuwen en zwarte spreeuwen maar beide worden ze aangeduid met de Latijnse naam Sturmus vulgaris. Als je een spreeuw naast een merel zet, zijn spreeuwen kleiner en slanker. Wie twijfelt of hij een merel of een spreeuw op een grasveld ziet, hoeft alleen maar te kijken naar de manier van voortbewegen. Een merel hipt met twee poten tegelijk terwijl een spreeuw een rennende beweging maakt.

Ook in Noord Amerika komen veel spreeuwen voor, al zijn ze daar niet inheems. Het gaat om dezelfde Sturmus vulgaris. Rond 1850 bedacht ene Eugen Schieffelin dat het wel aardig zou zijn voor de Amerikanen wanneer hij alle Europese vogels die in de werken van Shakespeare voorkwamen ook in de nieuwe wereld zou uitzetten. Zodoende liet hij onder andere tien spreeuwen los in Central Park in New York. Honderd jaar later hadden ze het hele continent veroverd.