martina.jpg 

Volgens de Stichting CPNB gaan Nederlanders steeds meer biografieën lezen. De omzet hiervan is in 2012 met 8,4 procent gestegen terwijl de boekenbranche als geheel 6,3 procent moest inleveren. Steeds vaker hoor ik mensen om me heen zeggen dat zij het lezen van fictie verruilen voor het lezen van non-fictie met een voorkeur voor biografieën.

Populair binnen het genre biografieën zijn de zogenaamde sportbiografieën. In de biografieën- top-tien van 2012 staan er hiervan maar liefst zeven. Bovenaan met 280.000 exemplaren staat Gijp over oud-voetballer René van der Gijp die vooral bekend is door zijn optreden in talkshows en die weinig mensen zich nog echt herinneren als voetballer. Hetzelfde geldt ongeveer voor oud-wielrenner en marathonschaatser Gert Jakobs wiens biografie op nummer zes staat.

Als sportliefhebber lees ik zelf ook regelmatig sportbiografieën. Of beter gezegd: regelmatig begin ik erin maar meestal ben ik al snel aan het ‘zappen’, op zoek naar passages over sportfeiten waar ik meer over wil weten en daarna leg ik het weg. Laatst, toen ik een biografie over de Curaçaose sprinter Churandi Martina zag liggen, ging ik gauw even op zoek naar het antwoord op een vraag over hem die me bezighield: of ene Rutsell Martina met wie ik vroeger zelf op Curaçao gelopen heb, misschien zijn vader was. (Hij bleek de broer van zijn opa te zijn). Wat ik in deze boeken vrijwel altijd mis is gelaagdheid. In een inleidend hoofdstuk worden wat anekdotes uit de jeugd opgehaald om zo snel mogelijk bij de sportcarrière uit te komen die chronologisch en wijdlopig wordt uitgekauwd.

Als een sportbiografie in de ik-vorm geschreven is, blijf je zitten met de vraag in hoeverre de sportman of sportvrouw de tekst zelf op papier gezet heeft of dat hij of zij dit overgelaten heeft aan een ghostwriter. Het schrijven van een meeslepend boek is een werk waar lange tijd alles voor opzij moet zetten en dan nog is het maar weinig mensen gegeven om dit tot een goed einde te brengen. Zo’n meeslepend boek is Door de pijngrens van Lance Armstrong, dat hij naar eigen zeggen zelf geschreven heeft. Maar hoe geloofwaardig is dit inmiddels?

Nee, als ik een paar leestips mag geven op het gebied van biografieën dan zijn dat Een long walk to freedom over Nelson Mandela; Grootvorst aan de Maas over D.G. van Beuningen en Weest manlijk, zijt sterk van Jolande Withuis over de verzetsman en ex-concentratiekampgevangene Pim Boellaard.

Het laatste boek laat een auteur zien die rekenschap aflegt voor de standpunten die zij als onderzoekster inneemt ten opzichte van de persoon die ze beschrijft. Hoewel elke lezer zal beamen dat Boellaard een buitengewoon sterke persoonlijkheid was die op iedereen indruk maakte, waakt Withuis ervoor dat ze hem niet teveel als held afschildert. Ook geeft de schrijfster aan dat het haar vaak niet gelukt is om tot haar hoofdpersoon door te dringen. Met als resultaat een integer verhaald leven zoals een biografie dat eigenlijk altijd zou moeten zijn.