beekbergerwoud.png

Een van de vele Nederlandse natuurgebieden ‘in ontwikkeling’ is het Beekbergerwoud langs de A50 die vanaf Apeldoorn naar Arnhem loopt. Het gebied is drassig en kaal. Door het lage water heen zie je sporen van gedempte sloten. Hoge bomen die nog keurig op rij staan, verraden de aanwezigheid van lanen en paden uit een recent verleden, een stukje cultuurlandschap dat, zoals wel op meer plekken in Nederland gebeurt, aan de natuur wordt teruggegeven. Maar hierachter zit een bijzonder verhaal.

Nog maar honderdvijftig jaar geleden lag op deze plek het laatste stukje ongerepte natuur dat Nederland rijk was, toen ook al het Beekbergerwoud genaamd. Achtduizend jaar lang konden elzen, essen, beuken en eiken hier vrij hun gang gaan. In alle eeuwen waarin Nederland op de schop werd genomen voor ontginning, bleef het moerasbos bij Beekbergen vrijwel ongerept. Wel werden er ’s winters en in droge zomers bomen gekapt voor de verkoop maar de natte ondergrond maakte het terrein ongeschikt voor ontginning. Het water was afkomstig uit ‘kwellen’, bronnen waaruit het grondwater van de hogere delen van de Veluwe omhoog kwam.

Hier kwam een eind aan toen de weldoener Barend van Spreekens in 1869 het bos kocht en er een werkverschaffingsproject van maakte voor de arme lokale bevolking met ontginning als hoofddoel en de verkoop van hout als nevendoel. De voorbereidende werkzaamheden bestonden uit het graven van een ringsloot voor de afvoer van het water en de aanleg van een pad waarlangs de gekapte bomen konden worden afgevoerd. Nog geen twee jaar na de aankoop werd de laatste boom omgehakt, net vóór de tijd dat er in Nederland zoiets ontstond als een natuurbeweging. Meteen na de kap van het bos realiseerde men zich dat er iets unieks voor altijd was vernietigd.

Natuurmonumenten heeft in 2006 op dezelfde plek een aanvang gemaakt met de aanleg van een nieuw Beekbergerwoud, een stuk kleiner dan het oorspronkelijke woud. Het voormalige Beekbergerwoud strekte zich uit tot over de A50 waar nu duizenden automobilisten per dag voorbij razen. Vanaf Lieren kom je gemakkelijk bij een parkeerplaatsje vanwaar je een rondwandeling maken over een lange houten vlonder die langs een uitkijktoren voert. Borden spreken van een ‘natuurherstelproject’ en beloven dat hier in de toekomst iets van de ‘sprookjesachtige wildernis’ teruggebracht zal worden. Bij wie weet wat hier in het verleden gebeurd is, zal het naïef in de oren klinken. Maar hopelijk zullen er in de toekomst vooral nog veel bezoekers komen voor wie deze nieuwe natuur rust en ontspanning biedt. Gedane zaken nemen geen keer en voor de toekomst mogen we alleen maar hopen dat er mensen blijven die zich in willen zetten voor natuurbehoud.