trein.bmp 

Vorige week werd door de demissionaire minister van Onderwijs de opening verricht van de splinternieuwe Techniekfabriek in Amsterdam. Media pakten flink uit met aandacht voor deze nieuwe bedrijfsschool van de NS waar 50 jongeren op mbo-niveau opgeleid zullen worden tot onderhoudsmonteur van treinstellen.

Omdat veel van de dienstdoende monteurs de komende jaren met pensioen zullen gaan, is verjonging van het personeelsbestand een dringende zaak voor de NS. De ervaring leert echter dat uitstromers van het mbo, ook met startkwalificatie, nog een lange weg in de praktijk te gaan hebben voor zij hun vak goed beheersen. Door middel deze bedrijfsscholen hoopt de NS dat dit sneller kan. In de Techniekfabriek komen de leerlingen direct in aanraking met de treinstellen die Nedtrain voor de NS onderhoudt. Tegelijk voldoet de aanpak aan alle eisen die door de overheid aan een mbo-opleiding worden gesteld. Daarvoor is een samenwerkingsverband met het ROC Twente aangegaan.

Ik probeerde me te verplaatsen in de monteurs die de pensioengerechtigde leeftijd naderen. Zij zijn van een generatie net iets oudere jongens die ik halverwege de jaren zestig, toen ikzelf nog op de lagere school zat, hoorde vertellen over hun Ambachtsschool. Zij waren van mening dat iedere gezonde jongen van vijftien eigenlijk zo snel mogelijk echt iets wilde gaan verdienen als timmerman, bakker, lasser of monteur. Maar door de lange leerplicht en de daarop volgende dienstplicht duurde het ‘tegenwoordig’ tot je negentiende jaar.

Over de inhoud van de lessen hoorde ik ook zelden iets enthousiasts. Af en toe kwam er een werkstukje mee naar huis: een houten krukje met gedraaide poten, een slagroomtaart, een asbak of een zelf gesmede kachelpook (terwijl iedereen net overgeschakeld was op aardgas). Soms heel praktisch, soms wat vergezocht dus. Maar als de maker dan ook nog vertelde hoeveel uur hij aan zo’n werkstuk besteed had, werd pas echt duidelijk dat je de lessen niet serieus kon nemen. Op de Ambachtsschool leerde je niets over productie, terwijl het daar in de praktijk nou juist allemaal om draaide.

Met die Ambachtsschoolleerlingen van toen is het later in de praktijk toch goed gekomen maar onderhand sloeg het onderwijs elk decennium weer nieuwe wegen in. De ene stelselwijziging volgde op de andere, verpakt in een lange reeks afkortingen: lts, lbo, vmbo, mbo, ROC, BOL en BBL en uiteindelijk de roep van sommigen dat we weer terug moeten naar de oude Ambachtsschool.

Is de vorige week geopende Techniekfabriek het zoveelste voorbeeld van een idee dat uiteindelijk weer gedoemd zal zijn te verdwijnen als nieuwlichterij? Ik denk dat het hier best wel eens om een blijvertje kan gaan. Vanuit het bedrijfsleven neemt het aantal initiatieven toe om eigen bedrijfsscholen op te richten. Cursisten hebben het gevoel dat ze echt leren wat ze nodig hebben. Bij de Techniekfabriek krijgen leerlingen gedurende het eerste jaar meteen een stagevergoeding en vanaf het tweede jaar een arbeidscontract. Het bedrijf laat zien dat het wil investeren in het leerproces van toekomstige ondernemers en natuurlijk motiveert dat. Aan de klacht van de jongens van de Ambachtsschool dat ze zo lang moesten wachten voor ze aan het werk konden, wordt gehoor gegeven.