museum.png

Het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen is een van de mooist gelegen musea van Nederland. Als je over de dijk vanaf Lelystad komt aanrijden zie je vanuit de verte al de drie markante schoorstenen van de kalkoven en de draaiende windmolen op de punten van de landtong waarop het Buitenmuseum gevestigd is. Wie met de trein of met de auto komt, wordt met een veerpontje naar de ingang bij de kalkoven overgezet. Wie met de fiets of te voet vanuit het centrum van Enkhuizen komt, kan de ingang vanaf de dijk nemen, schuin tegenover het Binnenmuseum.

Het Zuiderzeemuseum bewaart het verleden van plaatsen die tegen de voormalige Zuiderzee aan lagen. Huizen, werkplaatsen, boerderijen, winkels, schuren, bruggen, een school, een kerk en een molen die op hun oorspronkelijke plek zijn afgebroken, zijn hier weer steen voor steen opgebouwd en lijken met elkaar een authentiek vissersplaatsje te vormen.

Maar het museum gaat verder dan het bewaren van ‘materiële’ gebouwen en voorwerpen. Er wordt ook aandacht besteed aan de manier waarop de mensen langs de Zuiderzee vroeger leefden, de ‘immateriële’ verschijnselen van hun cultuur. Dit past precies in een internationale ontwikkeling. Eind 2012 ondertekende Nederland het UNESCO-verdrag waarin ons land zich verplichtte om zijn immateriële erfgoed in kaart te brengen, te bewaren en levend te houden. Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE), werd met de uitvoering belast.

Het Zuiderzeemuseum wordt door het VIE ondersteund en het resultaat is een levendig en aansprekend geheel van attracties. In de werkplaatsen worden oude ambachten getoond zoals netten breien, manden vlechten, ijzer smeden en vis roken. Acteurs in klederdracht mengen zich tussen het publiek in de rol van dorpsomroeper, bruidspaar, dienstmeid of voddenboer. Kinderen kunnen voor een zeer schappelijke vergoeding hun eigen springtouw slaan, een zeepje maken, een tegeltje schilderen of een klompbootje maken. In het schooltje kan iedereen een schrijfles of aardrijkskundeles volgen.

Op de website van het VIE wordt immaterieel erfgoed omschreven als ‘cultuur die je van huis meekrijgt. Tradities die je met anderen deelt en die je tot onderdeel maken van een groep of samenleving.’ Ik vraag me af of op basis van deze definitie een consistente inventarisatie van Nederlands immaterieel erfgoed mogelijk is en hoe de overheid zulke tradities denkt te beschermen. Op dit moment zijn het Bloemencorso van Zundert, de Boxmeerse Vaart en de Sint Maartensviering in Utrecht als zodanig aangewezen.

Met zijn pragmatische aanpak is het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen er echter prima in geslaagd om de tradities uit de plaatsen rond de voormalige Zuiderzee (eenderde van de oppervlakte van Nederland!) levend te houden. Het enthousiasme van de bezoekers, waaronder ook veel buitenlanders, bewijst dit.