zoet-en-zout.jpg 

In de Kunsthal in Rotterdam is onlangs de tentoonstelling Zoet&Zout van start gegaan. Curator Maartje van den Heuvel heeft in een rondgang langs Nederlandse musea en hun depots honderdtwintig kunstwerken geselecteerd die volgens haar de band tussen de Nederlanders en het water illustreren. Bij de tentoonstelling hoort een gelijknamig boek waarin afbeeldingen van de tentoonstelling zijn gecombineerd met teksten van journaliste Tracy Metz, geboren in de Verenigde Staten maar al heel lang woonachtig in Nederland.

Nadat prins Willem Alexander twee weken geleden ‘vooraf’ al een exemplaar van het boek Zoet & Zout in ontvangst genomen had, vond gisteren in Amsterdam de echte presentatie plaats. Beide auteurs hielden een voordracht waarna nog een derde lezing volgde van auteur Cordula Rooijendijk.

De drie voordrachten over dijken, watersnoden, zandmotoren, droogmakingen en inundaties, klimaatverandering en stijging van de zeespiegel vormden een opmerkelijke eenheid in verscheidenheid. Tracy Metz uitte haar verbazing over het gemak waarmee Nederlanders ervan uitgaan dat zorg voor droge voeten wel geregeld is. En inderdaad lijkt het maar beter om niet over de risico’s na te denken. Zestig tot zeventig procent van het nationaal product wordt onder de zeespiegel verdiend! Vooral de Deltawerken hebben de zorgen weggenomen. Waarbij aangetekend dat deze waterbouwkundige ‘kunstwerken’ wel heel erg van heel veel beton gemaakt zijn. Zou dat ook anders kunnen? Zij constateert een groeiende belangstelling voor het verwerken van waterkeringen in het landschap en infrastructurele voorzieningen van diverse aard zoals parkeergarages en woonwijken op brede dijken.

De vraag naar de relatie tussen schoonheid en praktisch nut werd ook voorgelegd aan Maartje van den Heuvel. Bij de samenstelling van de tentoonstelling had ze ontdekt dat het water een geliefd thema vormt in de Nederlandse beeldende kunst maar dat afbeeldingen van de strijd tegen het water betrekkelijk schaars zijn. Molens, dijken, sluizen, strakke poldersloten en graafwerkzaamheden waren esthetisch waarschijnlijk niet zo interessant.

Cordula Rooijendijk maande innovatief Nederland dat zich uitput in het verpakken van dijken en kades in esthetisch verantwoorde omhulsels tot nuchterheid. Het gevaar bestaat dat het ‘bijzondere’ zoveel aandacht trekt dat de aandacht voor het gewone verslapt. Daarmee doelt ze op het feit dat de kwaliteit van eenderde van de dijken onvoldoende is en van een groot deel van de dijken onbekend. Rooijendijk is auteur van het boek Waterwolven uit 2009, met dezelfde boodschap op luchtige toon verwoord met aanstekelijk gevoel voor understatement.

Zoet&Zout, tot 10 juni in Rotterdam. Niet vergeten te gaan!