werken in nederland

Vanaf deze week is mijn boek Werken in Nederland (WIN) beschikbaar, een lesmethode ter voorbereiding op het nieuwe vak Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA). In het inburgeringsexamen is KNS (Kennis van de Nederlandse Samenleving) sinds januari opgesplitst in twee onderdelen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) en ONA. De inhoud van het nieuwe KNM is vrijwel identiek aan het oude KNS, met een kleine aanpassing van de eindtermen. ONA is een uitbreiding waarvoor nieuwe eindtermen zijn ontwikkeld.
Hoewel de eindtermen en de resultaatkaarten van ONA vastliggen, bestaat er over de uitvoering van het nieuwe vak nog wat onwennigheid. Aanbieders van inburgeringscursussen beraden zich over de manier waarop zij ONA kunnen inpassen in hun programma. De aard van het vak verschilt sterk van het vertrouwde Nt2 en KNM. Kennis en vaardigheden zijn bij ONA ‘slechts’ een aanloop naar aan een ander doel: het verwerven van een duurzame plek op de Nederlandse arbeidsmarkt.
In de toelichting bij de eindtermen wordt benadrukt dat iedereen die voor het examen opgaat hier een eigen invulling aan moet geven. Van de kandidaten wordt verwacht dat zij acties ondernemen om vanuit hun eigen situatie en interesses hun mogelijkheden op de arbeidsmarkt in kaart te brengen. Iemand die geïnteresseerd is in het beroep van monteur maakt bijvoorbeeld een afspraak om een dagje mee te lopen in een garage. Iemand met een universitaire opleiding psychologie aan een buitenlandse universiteit zoekt uit welke waarde zijn diploma in Nederland heeft. Iemand die twijfelt tussen een technisch en een administratief beroep, probeert te achterhalen welk van de twee uiteindelijk het beste bij hem past en welk het meeste kans op werk biedt. Door het invullen van de resultaatkaarten die het format voor een portfolio vormen, geeft hij een overzicht van de acties die hij ondernomen heeft om te zijner tijd de Nederlandse arbeidsmarkt te betreden. De resultaatkaarten bevatten dus geen vragen waarbij een eenduidig, voor iedereen geldend antwoord hoort.
De rol van een begeleider bij ONA is een anders dan bij Nt2 of KNM. Als docent Nt2 of KNM is het vakgebied waarop je deskundig bent redelijk afgebakend. De arbeidsmarkt echter is zo divers dat een begeleider zich beter niet als ‘beroependeskundige’ kan opstellen. Een begeleider die zijn cursist op grond van ‘intuïtie’ en eigen kennis van beroepen voorhoudt dat hij geschikt is voor schilder, fietsenmaker, kapper of kleuterleidster, gaat voorbij aan wat er voor een echte oriëntatie op de arbeidsmarkt nodig is.
Er zijn tegenwoordig allerhande uitgebalanceerde instrumenten beschikbaar waarmee iemand stapsgewijs zelf kan ontdekken voor welk type werk hij geschikt is en in welke beroepen en in welke branches hij dit kan vinden. De deskundigheid van de begeleider ligt daarbij op de terreinen ‘beroepenoriëntatie’ en ‘loopbaanbegeleiding’, oftewel weten welke instrumenten er zijn om tot een goede afweging te komen en hoe je ze kunt gebruiken. Hier ligt een interessante uitdaging voor docenten die de rol van begeleider ONA op zich gaan nemen. Internet is een prima hulpmiddel om deze wereld te ontdekken.
Schrik niet van de stroom resultaten als je ‘beroepenoriëntatie’ of andere aan werk gerelateerde steekwoorden als zoekterm op je computer intikt. Bedenk steeds wat je ermee wilt om voor jezelf het overzicht te houden. De computer is een prachtig hulpmiddel maar gezond verstand blijft in elk beroep onmisbaar!