roeien

Afgelopen week vond op de Amsterdamse Bosbaan het wereldkampioenschap roeien plaats. Ik weet niets van roeien maar door vaak langs de Amstel te fietsen en naar roeiers te kijken, voel ik toch een band met deze sport. Aangemoedigd door de vele aankondigingen en lezend dat ik dertig jaar zou moeten wachten op een nieuwe kans, besloot ik om afgelopen vrijdagmiddag een kijkje te gaan nemen langs de Bosbaan.
Aangekomen bij de hoofdingang koos ik voor een ‘veldplaats’. Langs standjes waar allerlei roeiartikelen werden getoond en aangeprezen werd ik achter de hoofdtribune om naar de rechteroever geleid. De sfeer daar voelde meteen gezellig aan. Aan de rand van het water waren voor de gelegenheid bankjes en picknicktafels neergezet waarop voor iedereen plaats was. Wie echt relaxed wilde doen, kon zelfs op een van de felblauwe loungekussens gaan liggen. Overal hadden zich groepjes supporters gevormd die de meest uiteenlopende talen spraken. Aan de overkant wapperden de vlaggen van zestig landen!
Ik koos voor een plekje waar ik de roeiers vanaf het één kilometerpunt in de verte aan kon zien komen en tegelijk op een van de vele grote schermen langs de oever kon kijken om de wedstrijden vanaf de start te volgen. Via speakers waren twee commentatoren te horen, beurtelings in het Engels en het Nederlands. Het voordeel van de roeisport is dat de wedstrijden ook voor een buitenstaander heel toegankelijk zijn.
Het programma ging achter elkaar door en ik heb alle klassen van skiff tot acht langs me heen zien gaan. De wedstrijden duurden tussen de zes en zeven minuten. Een komisch effect gaven de meefietsende supporters aan de overkant. Ze moesten achter een treintje aanrijden dat uit een pretpark geleend moest zijn en van waaruit ook niet-fietsende supporters met de wedstrijd mee konden rijden. Uit de bewegingen van de fietsers maakte ik op dat de boten harder gingen dan ik aan de roeiers met hun soepele techniek kon afzien.
Baan 0, de uitroeibaan voor roeiers die gefinished waren, liep baan vlak voor me langs. Soms hielden ze even in om een praatje met supporters op de kant te houden wat me een gevoel gaf of ik naar het clubkampioenschap van een plaatselijke roeivereniging zat te kijken. Dit werd nog versterkt doordat in meer dan de helft van de races het wereldrecord gebroken werd, vaak met meer dan vijf seconden tegelijk. Waar dit aan lag, vermeldde de speaker niet, maar het zal vast met de harde meewind te maken hebben gehad (in de atletiek zou een wereldrecord onder die omstandigheden ongeldig verklaard worden). Ook tijdens huldigingen op een klein podiumpje vlak voor de tribune bleven de kampioenen op hun blote voeten heel ‘aanraakbaar’.
Maar tegelijk besefte ik ook dat ik naar het belangrijkste evenement van het jaar zat te kijken in een sport met een grote Olympische status die over de hele wereld beoefend wordt. Kosten noch moeite waren bijvoorbeeld gespaard om de wedstrijden zo goed mogelijk in beeld te brengen. Tussen twee bouwkranen aan weerszijden van de baan was een overspanning gemaakt waarlangs een bewegende camera de roeiers op het moment dat zij passeerden in een diagonale baan van bovenaf filmde. Aan de overkant reden twee auto’s van de NOS met de snelheid van een ambulance na elke finish weer terug naar de start. Ik begreep ook dat er achter de roeiers een soort varende drone met camera meevoer voor close-ups van de roeiers.
Duidelijk voor iedereen was dat de Nieuw-Zeelanders op veel onderdelen de dienst uitmaakten en dat de roeisport daar massaal gevolgd wordt. Midden in de nacht komen de mensen daar uit hun bed om via de televisie te volgen wat er op de Bosbaan in Amsterdam gebeurt.