harapós kutya
Een jaar geleden ben ik begonnen met het leren van Hongaars. Ik heb een vierhonderd bladzijden dik boek doorgewerkt dat geschikt was voor zelfstudie. Het telt zeventien traditioneel opgebouwde hoofdstukken (inleidende tekstjes en dialogen, een woordenlijst, uitgebreide uitleg over grammatica en oefeningen om het geleerde toe te passen), genoeg om je in de buurt van niveau B1 te brengen.
In januari heb ik me geabonneerd op een online cursus Hongaars vanuit het Engels. Hierdoor kreeg ik toegang tot een enorm bestand dialoogjes met grammaticale uitleg, nazegoefeningen, en een programma om je persoonlijke woordenlijst samen te stellen, inclusief icoontje waarmee je de uitspraak kunt aanklikken. Het is een Amerikaans product. Dezelfde formule is uitgewerkt in nog 30 andere talen zoals Japans, Tsjechisch en Arabisch. De dialogen zijn geanimeerd, grappig en scherp en in populaire taal gesteld. Voor mij vormen ze een welkome aanvulling op het boek.
Bij de methode hoort een wekelijkse peptalk-nieuwsbrief van de bedenker en uitgever van de methode. Aan ons cursisten wordt een voorbeeld voorgehouden van een ingenieur die tot zijn veertigste uitsluitend Engels sprak, toen een cursus Spaans ging volgen en daarmee zo succesvol was dat hij zich elke drie maanden volledig op een nieuwe taal ging storten. En nu spreekt hij 24 talen vloeiend.
Hoe zit het bij mij? Alles bij elkaar heb ik nu zo’n 750 uur geïnvesteerd in de studie van het Hongaars. Ik durf te zeggen dat ik dit ook op doordachte wijze heb gedaan. Alles wat ik als ervaren docent weet over de aanpak van een tweede taal pas ik op mezelf toe. Elke maand ga ik met sprongen vooruit. Maar wat ik me voorheen nooit gerealiseerd heb en nu pas ondervind, is hoe ‘groot’ een taal is. Ik verdeel mijn tijd over de vaardigheden lezen, spreken, schrijven en luisteren en ik studeer gericht op woordbetekenis en grammatica en dat gaat gesmeerd.
Maar het probleem dat ik ondervind, is dat de ‘domeinen’ in de praktijk veel grilliger en gecompliceerder in elkaar zitten dan de theorie leert. Indelingen in ‘taal op het werk’, ‘gesprekken met de buren’, ‘contact met instanties’, ‘gesprekken op school’ en dergelijke kloppen niet met de werkelijkheid die ik ervaar. Op dit moment zit ik voor de vijfde keer vier weken in Hongarije en in elke confrontatie met de taal is weer een verrassing. Een gesprek met de buren over grasmaaien verloopt prima maar als we het over spreeuwen in de kersenboom hebben, raken we muurvast.
Hoe komt dat? In spreeksituaties ben je afhankelijk van wat je toevallig eerder hebt meegemaakt of gehoord of het draait om een cruciaal woord dat op geen enkele frequentielijst voorkomt. Veel hangt ook af van de personen die je tegenover je hebt. Een tongval die je niet kent? Ik denk dat ik jaren nodig zal hebben om dit gevoel van pieken en dalen de baas te worden. Vloeiend spreken in drie maanden? Het zal in een bepaalde situatie misschien een keer lukken. Maar het bestaat niet dat je in zo’n korte tijd een vreemde taal in een breed spectrum van situaties meester bent.