paspoort

Een paar weken geleden heeft de Tweede Kamer besloten dat degenen die het Nederlanderschap krijgen binnenkort een ‘verklaring van verbondenheid’ moeten afleggen.
Deze verklaring zal luiden:
Ik verklaar dat ik de Grondwettelijke orde van het Koninkrijk der Nederlanden, haar vrijheden en rechten respecteer en beloof de plichten die het staatsburgerschap met zich meebrengt getrouw te vervullen.’

Het opleggen van zo’n verklaring doet nogal onnederlands aan vind ik. Ik vind wel dat de inhoud van het Nederlands staatsburgerschap in deze zin kernachtig verwoord is en dat ze voor iedereen als het ware ‘de kleine lettertjes’  behoren zijn bij verkrijging van een paspoort.
Het onnederlandse zit hem voor mij in het feit dat het nationale gevoel zich zo slecht laat vertalen in rituelen en dat er iets voor te zeggen is om juist daarop trots te zijn. Zo bezien vind ik het nogal beledigend om nieuwkomers middelpunt te maken van een plechtigheid die door autochtonen als potsierlijk ervaren wordt.  
Ik kan onder de indruk raken hoe bijvoorbeeld Amerikanen hun nationale gevoel wél kunnen uiten op een wijze die door Nederlandse bril bezien misschien simpel aandoet. In die cultuur pást een rituele gemeenschappelijke deler van de nationale smeltkroes en beseft iedereen dat ook zijn of haar voorouders ooit deze smeltkroes gestapt zijn.
In de Nederlandse samenleving voelt autochtoon zijn aan als vanaf de oertijd verbonden zijn met dit grondgebied, sterker nog: de voorouders hebben het zelf uit de zee gewonnen. Geen nationaal symbool dat dit gevoel kan overtreffen. Maar als het een steeds groter deel van de bevolking tot buitenstaander maakt, is het tijd dat er iets nieuws komt waar iedereen wél bij mag.    
Ik zou er mijn (geromantiseerde) idee van voorouders die eeuwenlang met een diep gevoel van saamhorigheid aan het polderen zijn geweest voor willen inleveren.  

Wat vindt ú hiervan?