kassenbouw.jpg 

Vorige jaar rond deze tijd kondigde oud-minister Vogelaar aan dat geïntegreerde trajecten de toekomst zouden worden van taaltrajecten voor inburgeraars. Sindsdien valt mij op dat er veel publicaties verschijnen over vaktaal en dat steeds meer nieuwe Nt2-methoden ‘vakgericht’ zijn.

Ik ben mijn loopbaan in het onderwijs begonnen als vakdocent groenteteelt op verschillende agrarische scholen. In die tijd kwam het vaak voor dat docenten in het beroepsonderwijs in de avonduren zoveel mogelijk bevoegdheden probeerden te behalen. Elke nieuwe bevoegdheid gaf recht op een salarisverhoging. Een derdegraads docent begon in 3a, een LO bevoegdheid erbij gaf recht op 3b, 3c enz. met als eindpunt 3f. Om dan nog hoger te komen moest je een MO-akte behalen. Daarmee begon het traject vanaf 2a tot 2f.

Wie eenmaal in de hoek van de alfa theoriedocenten zat, haalde bevoegdheden Nederlands, Engels, Frans, maatschappijleer, economie en godsdienst. De exacte theoriedocenten haalden wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie, de praktijkdocenten gingen voor groenteteelt, bloementeelt, motor- en tuinbouwtechniek. De scheiding tussen de drie groepen was zeer strikt. Toen ik aan de opleiding MO-Nederlands begon, was dat tegen de ongeschreven regels in.

Ik moet hieraan denken nu vakgericht Nederlands steeds actueler wordt. Natuurlijk werden er toen ook al pogingen gedaan om het vak Nederlands op LBO- en MBO-scholen af te stemmen op de praktijkvakken. Dit gebeurde op persoonlijk initiatief van docenten die persoonlijk goed met elkaar overweg konden. Dan werden er artikelen uit vakbladen bewerkt tot tekstverklaring. Alles draaide daarbij om woordenschat. In vakartikelen circuleerde altijd een eindeloze stroom woorden die in ‘normale’ teksten niet voorkwamen. Na enige tijd frustreerde het behoorlijk dat er zoveel gereedschappen, technische constructieonderdelen, plantendelen en grondsoorten waren waar allemaal aparte woorden voor bestonden.

Nu er ‘van hogerhand’ serieus werk gemaakt gaat worden van de integratie van Nederlandse taal in het praktijkonderwijs, denk ik dat dit langs andere lijnen moet gebeuren dan het toespitsen op woordenschat.

Een bruikbaar gegeven en voordeel van deze tijd is dat theoriedocenten van tegenwoordig zich veel beter dan vroeger realiseren dat ook hun vak te herleiden is tot het aanleren van vaardigheden. De kloof tussen theorie- en praktijkvakken zal daarmee veel kleiner geworden zijn. Na beëindiging van mijn loopbaan als groenteteeltleraar werd ik eerstegraads docent Nederlands op een middelbare school op Aruba. Zes jaar lang wist ik niet beter dan dat mijn vak bestond tekstverklaring, literatuur, woordbegrip en spreekbeurten.

Pas toen ik halverwege jaren negentig in het Nederlandse Nt2-onderwijs terecht kwam, hoorde ik voor het eerst van spreek-, luister-, lees- en schrijfvaardigheid. Er ging een wereld voor mij open. Ik vind deze omissie achteraf een beetje beschamend maar waarschijnlijk ben ik niet de enige die dit is overkomen. Aan de andere kant zie ik het als voordeel dat mijn opleiding een geweldige training in grammatica, tekstanalyse en taalbeschouwing is geweest die zeker te pas kan komen bij het nadenken over nieuwe wegen. Echter, de sleutel naar zinvolle geïntegreerde trajecten ligt mijns inziens in een benadering vanuit de nieuwe Nt2- vaardigheden.