liszt.bmp 

In april heb ik verslag gedaan van een intensieve taalcursus van vier weken in Hongarije die ik toen verzorgde. Deze maand ben ik teruggegaan voor de tweede keer. De hele maand juli geef ik van maandag tot vrijdag elke dag van ’s morgens kwart voor acht tot ’s middags vijf uur aan een groep Hongaarse vrouwen tussen de vijfentwintig en vijfenveertig jaar. Ook op zaterdag gaan we door maar houden dan twee uurtjes eerder op. Bij elkaar opgeteld komen we uit op 52 uur per week: uren van zestig minuten welteverstaan. Ook alle pauzes breng ik met de cursisten door. Het schoolgebouw, een dorpsschooltje uit de jaren dertig van de vorige eeuw, is tegelijkertijd mijn woning. De cursisten zijn op tien minuten loopafstand ondergebracht in een groot huis. Om twaalf uur ’s middags wordt er een warme maaltijd op school bezorgd.

In april wist ik pas drie weken vantevoren dat ik hier heen zou gaan. Tijd om mijn lessen voor te bereiden had ik niet. Dat was deze keer gelukkig anders. Direct bij mijn terugkeer, begin mei, werd mij gevraagd of ik deze cursus vaker wilde doen. De groepen van zes zijn samengesteld uit cursisten met een opleiding verpleging op mbo of hbo niveau. Zij spreken geen enkele andere taal dan Hongaars. Dit is de grootste uitdaging van deze opdracht.

De vorige keer kwamen er zoveel indrukken tegelijk op me af dat ik me volledig van het Hongaars afsloot om niet overvoerd te raken door prikkels. ‘Egészségére’ was het enige woord dat ik toeliet: ‘op je gezondheid’. Daar kom je tijdens een maand Hongarije niet onderuit.

Hoewel de cursus een succes werd, traden er dagelijks momenten van grote verwarring op. Bij het hoofdstuk over ‘klokkijken’ bijvoorbeeld, zag ik twee cursisten in tranen uitbarsten en zo herinner ik me nog een aantal knelpunten. Dus besloot ik me deze keer zó voor te bereiden dat ik dergelijke crisissituaties kon vermijden. Met andere woorden, ik ben me gaan verdiepen in het Hongaars, een taal die erom bekend staat geen enkele relatie te hebben met andere Europese talen, behalve het Fins. De komende weken wil ik voorbeelden geven van extreme verschillen tussen het Hongaars en Nederlands en verslag doen van de manier waarop ik deze als Nt2 onderwerpen behandel, wetend dat ze voor mijn cursisten buiten alle patronen vallen waarin zij gewend zijn hun zinnen te formuleren. Voorzetsels bijvoorbeeld, zijn in het Hongaars onbekend, net als het werkwoord hebben. Namen worden omgedraaid. De componist Franz Liszt heet hier in zijn geboorteland Liszt Ferenc. Wat doe je dan met de begrippen voornaam en achternaam die in het Hongaars worden aangeduid als kruisnaam en familienaam? Vanaf volgende week hierover uitgebreid verslag met verrassende ontdekkingen!