woordenlijst-hongaars.jpg 

Toen ik in april de eerste keren door mijn Hongaarse dorp liep en opschriften las als ‘gyószertár’, ‘gyümölcs’, ‘vigyázz gyerekek, ‘tűzoltószertár’, ‘könyvtár’ en ‘tilos a dohányzás’ wist ik zeker dat ik nooit enig grip op deze taal zou kunnen krijgen. En toch hoorde ik van verschillende kanten dat de uitspraak van het Hongaars niet zo moeilijk moest zijn en zelfs goed af te leiden zou zijn uit de woordbeelden. In een toeristische gids las ik dat iemand na twee uur oefenenen in staat was om een bladzijde uit een roman hardop te lezen, uiteraard zonder enig idee wat hij las. Dit gaf mij het duwtje in de rug om toch gewoon een poging te wagen. Nu ik een paar maanden verder ben, kan ik beamen dat de uitspraak inderdaad prima te behappen is en ook een heel leuk aspect van deze taal. Je moet er even aan wennen dat de klemtoon altijd op de eerste lettergreep van het woord ligt. Aanduidingen boven de klinkers (ö,ő,é,ü,á enz.) geven de uitspraak van de desbetreffende klinker aan. Wat de letter ‘e’ betreft, zit mijn kennis van het Spaans me in de weg. Ik moet afleren om de ‘é’ als een beklemtoonde é te lezen. Nog lastiger is het ontbreken van de ‘schwa’ in het Hongaars. Elke ‘e’ moet als de ‘e’ in ‘pet’ of ‘mes’ gelezen worden.

Omgekeerd stuit ik hier op het grootste uitspraakprobleem van mijn cursisten. ‘Vervelend’ lezen zij als ‘vèrvèlènd’ met de klemtoon op de eerste lettergreep. Het Nederlandse schrift is verre van fonetisch (maar als auteur van AAP wist ik dat allang). Het Hongaars is dat dus wel. De klinkers dankzij al die puntjes en streepjes erboven. (De uitspraak van de medeklinkers vormen een heel ander verhaal waarover de volgende keer meer). 

Vorige week schreef ik al iets over een merkwaardig verschijnsel in het Hongaars dat aangeduid wordt met ‘vocaalharmonie’. Het Hongaarse taalgevoel ervaart een klinker als hetzij ‘diepluidend’ hetzij ‘hoogluidend’. Diepluidend zijn ‘a’, ‘aa’, ‘o’ , ‘oo’ en ‘oe’. Hoogluidend zijn ‘e’, ‘ee’, ‘eu’ en ‘uu’. Als ik ze achter elkaar uitspreek, voel ik inderdaad iets in mijn keel gebeuren wat met hoog en laag te maken heeft, maar niet kan benoemen, waarschijnlijk bij gebrek aan muzikale scholing.

Hongaars woorden bestaan meestal óf uit diepluidende óf uit hoogluidende klinkers. Als een woord een achtervoegsel heeft past dat zich aan de voorgaande klinker aan. En achtervoegsels komen erg veel voor. Wat je in het Nederlands met voorzetsels doet, gebeurt in het Hongaars door middel van achtervoegsels. Ons ‘in’ wordt in het Hongaars uitgedrukt door ‘-ban’ na een diepluidende klinker, en met ‘-ben’ na een hoogluidende klinker. ‘In Amsterdam’ is dus ‘Amsterdamban’ en ‘in Utrecht’ wordt ‘Utrechtben’.

Is zoiets helemaal vreemd in het Nederlands? Toen ik deze week ‘t kofschip’ uitlegde, bedacht ik opeens dat hier eigenlijk van iets vergelijkbaars sprake is en ik merkte ook dat de cursisten het snel oppikten. Sowieso heb ik de indruk dat enige uitleg van grammaticale problemen goed besteed is aan hen. De moeilijkheid is alleen hoe je als docent aan de juiste termen komt. Ook hier geldt weer dat je met ‘lingua franca-termen’ als ‘verbum, substantivum, adjectivum’ enz. helemaal niets bereikt. Inmiddels heb ik ‘voor eigen gebruik’ een lijstje Hongaarse termen voor ‘tegenwoordige tijd’, ‘zelfstandig naamwoord’, ‘werkwoord’ en nog zo wat begrippen vergaard en uit mijn hoofd geleerd. Ik durf er mijn hand niet voor in het vuur te steken dat ze kloppen maar er valt in ieder geval in mijn situatie mee te werken in die zin dat ik de momenten van verwarring die ik me uit mijn vorige cursus herinner vóór ben.

Ik ga alweer de vierde en laatste week van de cursus in. Volgende week hoop ik iets te vertellen over de uitspraak en schrijfwijze van medeklinkers.