vrouwenvoetbal.jpg 

Door het uitschakelen van Frankrijk in de kwartfinale van het EK in Finland is Nederland in de ban van het vrouwenvoetbal. Bijna 800.000 Nederlanders bekeken deze wedstrijd en zondagavond als Nederland in de halve finale aantreedt tegen Engeland zullen het er nog veel meer zijn. Het kan haast niet anders of het vrouwenvoetbal zal na afloop van dit toernooi in Nederland een definitieve doorbraak beleven.

Wat betekent dit voor de emancipatie van vrouwen in de sport in het algemeen en voor allochtone meisjes in het bijzonder? Auke Kok wijdde er gisteren in NRC een interessante column ‘Het lijkt wel hockey’. Kok doelt op het feit dat de Europese nationale vrouwenelftallen qua kleur geheel anders samengesteld zijn dan de mannenteams: het zijn blanke vrouwen, op een enkele uitzondering na. Mannelijke voetbalteams zijn veel gekleurder. Dit komt doordat jongens in achterstandsituaties deze sport aangrijpen als dé kans om aan armoede te ontsnappen.    
Voor vrouwen is het beoefenen van voetbal op hoog niveau in zekere zin een luxe. Zij moeten er veel uren insteken maar ergens anders de middelen vandaan halen om in hun levensonderhoud te voorzien. Kok komt tot de conclusie dat vrouwenvoetbal geen volkssport is. Een grote opsteker voor de Nederlandse vrouwen in Finland is dat ze de A-status van het NOC*NSF hebben gekregen zodat ze vanaf nu van hun sport kunnen leven. Hun prestaties zullen er zeker voor zorgen dat veel meer meisjes in Nederland gaan voetballen.

De vraag die Kok zich stelt, is of ook allochtone vrouwen zich bij voetbalverenigingen zullen aansluiten. Hij heeft navraag gedaan bij de KNVB hoe de situatie nu is. Inderdaad zijn er steeds meer allochtone meisjes die lid worden, maar hun aantal blijft nog ver achter op dat van blanke meisjes. De allochtone voetbalsters die zich melden zijn voornamelijk van Surinaamse en Antilliaanse en niet van Marokkaanse en Turkse afkomst. Als Islamitische meisjes lid worden, trekken ze zich vaak na enkele jaren weer terug.

In het verzuilde Nederland waren er tot voor kort godsdienstige groepen die grote moeite hadden met sportbeoefening. Sporten die kracht en uithoudingsvermogen vragen, werden als niet geschikt beschouwd voor vrouwen. De successen van Nederlandse sportsters bij de Olympische Spelen van Amsterdam in 1928 betekenden een doorbraak voor de vrouwensport. Vorig jaar was er veel aandacht voor het feit dat in Bejing de Nederlandse vrouwen opnieuw succesvoller waren dan de mannen. Dit jaar zijn het dus de voetbalsuccessen die in de belangstelling staan.

Wie weet, zal de geschiedenis zich herhalen.