sporen-naar-het-front.bmp 

In het Spoorwegmuseum in Utrecht is tot september een interessante tentoonstelling te zien: Sporen naar het front. De rol van de trein in oorlogstijd. Reden voor mij om de trein naar Utrecht te nemen. Op de website las ik dat het Spoorwegmuseum al in 1927 werd opgericht op dezelfde plek waar het nu nog steeds gevestigd is: in de gebouwen van Station Maliebaan. Er is zelfs een speciale treinverbinding van Utrecht Centraal naar het museum. Alleen moet je hier twintig minuten voor uittrekken, terwijl de bus het ritje in een paar minuten maakt!

Voor deze tentoonstelling is een gevarieerde collectie bijeengebracht van materieel dat tijdens oorlogen voor diverse doelen werd ingezet: treinen voor transport van wapens en militairen, hospitaaltreinen, pantsertreinen, spoorwegkanonnen en zelfs een trein die gemaakt is om het spoor achter zich te vernietigen met de alleszeggende naam Schienenwolf.

Aan de hand van de tentoongestelde objecten wordt toegelicht hoe de trein de aard van oorlogen vanaf de Krimoorlog (1853-1856) ingrijpend veranderd heeft. Dit nieuwe transportmiddel luidde een tijdperk in van grootschalige oorlogen met als dieptepunt de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Sporen naar het front geeft een opsomming van duizelingwekkende cijfers. Een paar voorbeelden. In de zomer van 1914 werden in drie weken tijd 3 miljoen gemobiliseerde Duitse soldaten naar de landsgrenzen getransporteerd en vanaf de andere kant in twee weken tijd 1 miljoen Fransen. In de periode 1939-1945 reden er over het Duitse spoornet 40.000 stoomlocomotieven; 980.000 goederenwagons en 400.000 personenrijtuigen. Hierbij waren 1,5 miljoen werknemers betrokken. Bij de invasie in Normandië werden 700 locomotieven en 11.000 wagons aan land gebracht. Er is een foto te zien van een spoorlijn die daarvoor werd aangelegd over het strand.

Ook over Nederland worden opmerkelijke cijfers gepresenteerd. In het eerste jaar van de Duitse bezetting werden 94 miljoen reizigers door de NS vervoerd. In 1943 waren dit er opeens 209 miljoen. Treinen waren zeer kwetsbaar voor luchtaanvallen. In het laatste jaar kwam het treinvervoer nagenoeg tot stilstand met als gevolg de Hongerwinter.

Een zeer indrukwekkend gevaarte, weliswaar op schaal, is een Duits spoorwegkanon uit de Tweede Wereldoorlog, de zogeheten Schwerer Gustav, een megalomaan project vernoemd naar Gustav Krupp, toenmalig directeur van de gelijknamige wapenfabriek. Dit kanon, waar een dubbele rails voor nodig was, had een lengte van vijftig meter. Het monster kon granaten afschieten die 4700 kg wogen en had een bereik van 50 km. Het afvuren is op film te zien. Ook is er een kleurenfoto bewaard gebleven van Hitler die op de rug gezien het gevaarte vanaf de voorgrond inspecteert. Schwerer Gustav werd op de Krim ingezet maar al na 48 schoten was hij versleten.

Buiten het museum staat een aftandse houten treinwagon die in 1913 in Nederland is gemaakt, in de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s voor transporten naar de concentratiekampen werd meegenomen en pas in 1991 in Roemenië is teruggevonden. De wagen is een vast onderdeel van de museumcollectie dat Beladen treinen heet.

 Sporen naar het front is wat mij betreft een absolute aanrader al heb ik er één bedenking bij, namelijk de entreeprijs van 16 euro (kinderen tot en met drie jaar en Museumkaarthouders gratis). Zo wordt een uitstapje met de kinderen toch wel duur.