sloeproeien
Gisteren was ik toevallig getuige van een bijzonder sportief evenement. Elk jaar op de tweede zaterdag van oktober vindt in Amsterdam de Grachtenrace voor sloepen plaats. Vanaf zeventig bruggen gingen 120 boten, gadegeslagen door het publiek, de competitie met elkaar aan over een traject van 23 kilometer lengte. Een sloep telt 8 of 10 roeiers. Er deden drieëntwintig vrouwenteams mee. Uiteraard kan zo’n hele vloot niet in één keer vertrekken. De boten waren ingedeeld in groepen van vijf die telkens vier minuten na elkaar van start mochten gaan, de langzamere ploegen vooraan.
De snelste mannenploeg finishte uiteindelijk in twee uur en een kwartier; de snelste vrouwen hadden ruim twintig minuten langer nodig. Met de snelste tijd ben je in deze sport niet automatisch de winnaar. Er wordt rekening gehouden met de vaareigenschappen van elke boot afzonderlijk. Via een ingewikkelde berekening worden de eindtijden omgerekend naar het vermogen dat elke roeier heeft geleverd. In de eindrangschikking gaat het om de watts van elke roeier.
Sloeproeien is een sport die stamt uit de traditie van reddingssloepen en walvisvaarders. Het is ook onderdeel van het nautisch onderwijs. Op de startlijst zijn de zeevaartscholen nog wel vertegenwoordigd, maar de meeste teams hebben een heel andere achtergrond. De meeste sloepen luisteren naar illustere namen als Titanic uit Vlissingen, Mare Australis uit Tollebeek, Wetterfretter uit Grou, Mata Hari uit Leeuwarden, Pulp Fiction uit Makkum, Averij uit Duiven en Vérgaan uit Haarlem. De enige niet-Nederlandse boot in de race gisteren was de Epoxydus uit Togliatti, Rusland.
Het sloeproeien ziet er heel anders uit dan het vlakke baanroeien. Sloeproeiers zitten op vaste banken in de boot, twee aan twee naast elkaar met één riem per persoon. Sommige boten zijn met voetenplankjes uitgerust, al dan niet met riempjes. In andere boten moeten de roeiers zich gewoon schrap zetten tegen de spanten. Een ander verschil is dat de riemen niet gedraaid kunnen worden in de dollen bij het in- en uitpikken. Ik zag veel roeiers hun riem met één hand bovenhands en met de andere onderhands vasthouden. Op het oog lijkt het bij sloeproeien om brute kracht te gaan maar bij een verkenningsrondje op internet belandde ik aan op fora met ingewikkelde verhandelingen en uitgebreide discussies over de ideale techniek.
De nationale roeikalender telt twintig wedstrijden per jaar met als toppers Harlingen – Terschelling in mei en de Amsterdamse Grachtenrace in oktober. Het seizoen wordt afgesloten met Muiden – Pampus – Muiden op 1 en 2 november. Deze evenementen zijn overigens niet beperkt tot Nederland. Zo zijn er ook wedstrijden sloeproeien in Ierland, België, Groot-Brittannië, Rusland en Italië.