withoos
In het Westfries Museum in Hoorn hangt sinds kort een schilderij met de recht toe recht aan titel Herstelwerkzaamheden aan de Zuiderzeedijk bij Schardam na de watersnoodramp van 1675. Van alle schilderijen uit de zeventiende eeuw is dit voor zover bekend het enige dat het werken aan een dijk als onderwerp heeft. En dat is opmerkelijk want er werden in die eeuw veel dijken aangelegd en heel veel schilderijen gemaakt.
Het prachtig gerestaureerde werk is van de hand van de in Amersfoort geboren schilder Matthias Withoos (1627-1703) die in de politieke chaos van 1672 naar Hoorn vluchtte om daar de rest van zijn leven te blijven wonen. Daar maakte hij een van de grootste watersnoodrampen mee die het noorden van Nederland ooit trof: de Allerheiligenvloed van 1675.
In de vroege ochtend van 5 november brak als gevolg van een zware storm de Westfriese Omringdijk door bij Schardam, een paar kilometer ten zuiden van Hoorn. Over een lengte van 120 meter was de dijk weggeslagen. Door de stroming werd de ondergrond tot 15 meter diep weggespoeld, wat het onmogelijk maakte om de dijk op de plaats van het gat te herstellen. De Gecommitteerde Raden van Westfriesland en het Noorderkwartier besloten om aan de buitenkant van de doorbraak een ring van dubbele palen te slaan. De ruimten daartussen werden opgevuld werd met wier, hooi, stro en rijshout. Uit de wijde omtrek werden honderden mannen gevorderd om ver in de herfst zeven dagen per week voor een gulden per dag te werken. Uit Den Helder werden vijf vaartuigen met heistellingen gehaald waarmee de palen in de grond werden geslagen. Het ophalen van de heiblokken gebeurde door mankracht. Drie weken na de ramp was het gat dicht. Maar helaas, precies op de dag waarop de dankdienst gehouden werd, stak een nieuwe storm op waartegen de noodreparatie niet bestand was. De dijkwerkers konden weer helemaal opnieuw beginnen, nu aan een nog wijdere boog met een driedubbele rij palen. Deze reparatie bleek uiteindelijk succesvoller.
De schilder Withoos kreeg de opdracht om met verf op linnen vast te leggen hoe de reparatie van de dijk werd aangepakt. Zijn opdrachtgever was Jacob van Foreest, een vooraanstaand bestuurder uit die tijd. Hij maakte deel uit van de Gecommitteerde Raden en was ook enige tijd burgemeester van Hoorn. Withoos’ schilderij bleef 340 jaar lang in het bezit van de familie Van Foreest. Het bestaan ervan bleef voor de buitenwereld onopgemerkt, ondanks het unieke karakter. Tot het vorig jaar door het Westfries Museum werd aangekocht.
Withoos is heel gedetailleerd te werk gegaan. Duidelijk zie je de rijen palen met daarachter de zeilen van aangemeerde schepen die de materialen moesten aanvoeren. De arbeiders verplaatsen zich in roeiboten naar hun werkplek. Aan de horizon is Hoorn zichtbaar.
De aankoop van Herstelwerkzaamheden aan de Zuiderzeedijk bij Schardam na de watersnoodramp van 1675 is voor het Westfries Museum een opmaat om volgend jaar met een speciale tentoonstelling de laatste watersnoodramp te herdenken die Noord-Holland trof. Dit gebeurde nu bijna een eeuw geleden, in de nacht van 13 op 14 januari 1916. Deze overstroming was de directe aanleiding om tot de aanleg van de Afsluitdijk over te gaan.
De plek waar de dijk bij de Allerheiligenvloed in 1675 doorbrak, is na 340 jaar nog duidelijk te herkennen. De dijk maakt hier een bocht om een plas aan de landzijde, een zogeheten ‘wiel’. In 1975 werd hier nog een herdenkingsmonument bij geplaatst.
De naam Allerheiligenvloed komt van de feestdag Allerheiligen op 1 november. Het was gebruikelijk om watersnoodrampen te noemen naar heiligen die op de fatale dag in de katholieke kerk werden geëerd. Daarbij werd ‘de dag van’ iets ruimer genomen wordt dan de dag zelf. Zo komen we naast de Allerheiligenvloed van 1675 nog vier andere Allerheiligenvloeden tegen die ergens in de eerste week van november plaatsvonden: in 1170, 1532, 1570 en 2006. Bekend uit de geschiedenis zijn ook de Sint Elisabethsvloeden in de tweede week van november. Hiervan zijn er drie geweest.