scheepvaartmuseum

Dit weekend spelen Ajax en Feyenoord tegen elkaar. Rotterdam tegenover Amsterdam. Ik kan beide steden wel waarderen. Grappig vind ik bijvoorbeeld hoe de ‘doe-maar-gewoon-mentaliteit’ van Rotterdam in allerlei naamgevingen besloten ligt. De Kuip, Café de Ballentent of De Koopgoot klinken anders dan Arena, Heeren van Aemstel of P.C. Hooftstraat.
Maar er zijn uitzonderingen. Anders dan je zou verwachten staat het Maritiem Museum in Rotterdam en het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Als havenstad wil Rotterdam zich natuurlijk niet door Amsterdam laten overvleugelen dus pakt de stad met zijn museum groots uit. Het Maritiem Museum beslaat een groot deel van de kade van de Leuvehaven midden in stad. Het gebouw omarmt als het ware hét symbool van de wederopbouw van de stad: Zadkines beeld Jan Gat, ook al zo’n naam die alleen in Rotterdam bedacht kan worden. Als je over de museumkade met de werkplaatsen loopt, vind je altijd wel een ‘echte zeebonk’ die precies uitlegt hoe de tentoongestelde hijskranen, containergrijpers, dieselmotoren en elevatoren daar gekomen zijn en hoe ze werkten.
Ik was deze week voor het eerst sinds de verbouwing weer eens in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum. Het monumentale pand aan het IJ stamt uit 1657. Oorspronkelijk was het een pakhuis van de Amsterdamse Admiraliteit, in carré opgetrokken rond een ruime binnenplaats. In de oude situatie vormden de zijden van het museum lange gangen waardoor je van de centrale ingang ‘rondliep’. Met de verbouwing is de indeling compleet veranderd. De entree leidt je naar de centrale binnenplaats waarboven een enorm glazen dek is aangebracht. Hierin is het motief van een kompasroos verwerkt. Vanaf de binnenplaats zijn er nu drie ingangen voor elke zijde apart: noord, oost en west. Om van het ene in het andere deel te komen moet je eerst terug naar de binnenplaats.
De ruimten zijn ingericht met deels vaste collecties en deels roulerende tentoonstellingen. De thema’s variëren van ‘Matje en Roosje en Circus Zee’ voor kinderen vanaf drie jaar en ‘Walvissen’ voor iets oudere kinderen tot ‘Scheepsornamenten’ en ‘Navigatie-instrumenten’. Waar het Rotterdamse museum vooral voorwerpen laat zien en ‘het verhaal erachter’ vertelt, toont het Amsterdamse museum de collectie in relatie tot een educatieve boodschap.
Twee benaderingen die prima werken. Ik kan iedereen beide musea aanraden.