schaapskudde

Het kerstverhaal met de liedjes en afbeeldingen daar omheen vestigen de aandacht op een beroep dat in Nederland bijna was uitgestorven: de schaapsherder. Zij vormden 150 jaar geleden een vertrouwd beeld in het Nederlandse landschap. Ze trokken met hun schapen en honden door heideachtige gebieden. Toen deze gronden met behulp van dierlijke mest en kunstmest aan het landbouwareaal werden toegevoegd verdwenen ze. Hun heidelandschap zelf was overigens ook weer door toedoen van de mens ontstaan. Deze arme zandgronden waren tevoorschijn gekomen nadat de veenlaag ervan afgehaald was voor brandstof.

Als schapen geleid worden door een herder en honden, heet dat in vakjargon een gescheperde kudde. In moderne woordenboeken komt het woord niet meer voor. De meeste mensen kennen het schaap in Nederland vooral als boerderijdier in een weiland tussen sloten of afrasteringen.

Het ‘verdienmodel’ van traditionele herders kwam tot stand door de opbrengst van wol en vlees. Het was een karig bestaan dat onmogelijk nog zou passen in deze tijd. En toch groeit de interesse voor het vak en neemt het aantal kuddes weer toe. In Nederland werken op dit moment ongeveer 100 professionele herders. Hoewel hun werk er bijna hetzelfde uitziet als 150 jaar geleden, is hun ‘functieomschrijving’ typisch geënt op deze tijd. Schaapskuddes zijn te beschouwen als maaimachines maar dan op een selectieve manier. Zij halen het gras en heel jonge boompjes tussen de heidestruiken of andere langzamer groeiende planten vandaan, zodat deze niet overwoekerd worden.

De opgegeten planten nemen ze in hun maag en darmen mee naar de stal. De mineralen die in de mest zitten, hebben de schapen onttrokken aan de heide. Zo blijft de heidegrond arme grond, wat de bedoeling is van de landschapsbeheerders.

Verder wil het oog natuurlijk ook wat in het landschap. Een onverwachte ontmoeting met een gescheperde schaapskudde is een bijzondere ervaring waar je graag je auto of fiets even voor aan de kant zet. Het is altijd fascinerend om te zien hoe de herder en zijn honden hun werk doen. De honden zijn veel kleiner dan de rassen die herdershonden genoemd worden, zoals de Duitse herder. Oorspronkelijk waren er twee soorten honden bij een schaapskudde betrokken: honden die de schapen bij elkaar hielden en honden die de kudde moesten bewaken tegen aanvallen van wilde dieren zoals wolven. De tweede is niet meer nodig sinds het verdwijnen van de wolf.

Steeds meer gemeenten ontdekken de gescheperde schaapskudde als alternatief voor het mechanisch maaien van openbaar groen. Voordelen van schapen zijn dat ze geen bandensporen achterlaten en ze overal bij kunnen. Als voorwaarde stellen gemeenten wel dat de herder bereid is om contact te maken met het publiek. Zo wordt de herder steeds meer dienstverlener en is er weer een markt voor zijn beroep. Er schijnt zelfs behoefte te zijn aan gecertificeerde herders en daarom is Helicon in Velp in september begonnen met een speciale mbo-opleiding.

Het onderzoeksinstituut Alterra in Wageningen voert een onafhankelijk onderzoek uit naar de beroepsmogelijkheden voor herders en zal binnenkort het rapport Wie stuurt de herder? uitbrengen. Vooruitlopend hierop verklaart Alterra alvast dat traditionele herders het ondanks de groeiende vraag naar hun dienst toch vaak financieel niet blijken te redden. Dit komt onder andere doordat overheidsinstellingen verplicht zijn om hun opdrachten voor begrazing openbaar aan te besteden. Daarbij kunnen commerciële begrazingsbedrijven met meerdere kuddes lager met hun prijs gaan zitten dan de traditionele herders. Het zou billijk zijn als hier ook vanuit hun standpunt naar gekeken wordt voordat ze het in deze eeuw opnieuw moeten afleggen tegen de commercie.