prora
Deze zomervakantie kwam ik na een lange fietstocht door Denemarken op het Duitse Rügen in de Oostzee terecht. Het eiland van 70 bij 40 kilometer heeft een zeer grillige kustlijn met baaien, landtongen, schiereilandjes en hoog oprijzende krijtrotsen. Een vlak naast elkaar gelegen twee kilometer lange dam en een verkeersbrug verbinden het eiland met de oude Hanzestad Stralsund op het vasteland.
Dat dit deel van Duitsland vroeger tot de DDR behoorde, is voor fietsers vooral goed te merken aan allerlei stukken wegdek met kasseien van 30 à 40 centimeter doorsnede. Het eiland trekt veel toeristen, in elk geval meer dan de verouderde infrastructuur aankan. De hoofdweg van noord naar zuid was één lange file van campers, caravans en met vakantiespullen beladen personenauto’s. Overigens wordt er wel met man en macht aan de verbetering van het wegennet gewerkt.
Aan de oostkant van het eiland ligt een baai met een zeven kilometer lang zandstrand: de Prorer Wiek. Op kaartjes in toeristenfolders is hier een stipje genaamd Prora getekend, samen met een symbooltje dat verklaard wordt als ‘KdF Denkmal’.
KdF staat voor Kraft durch Freude. Over meer dan vier kilometer lengte strekt zich langs de baai een nooit afgebouwd badhotel uit het begin van de nazitijd. Hier zouden alle Duitse arbeiders om de zoveel tijd een ‘vreugdevolle’ vakantie kunnen doorbrengen om weer op ‘krachten’ te komen. Hitlers architect Clemens Klotz won met het ontwerp op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1937 de architectuurprijs.
Fietsend over de weg aan de achterzijde kon ik het geraamte van de uit baksteen en beton opgetrokken ‘Kolos van Prora’ goed bekijken. Om de voorzijde te zien moet je het strand op waarvan volop gebruik gemaakt wordt door zonaanbidders. Het bouwsel telt zes verdiepingen met in totaal 20.000 ‘kamers’ verdeeld over acht eenheden van meer dan vijfhonderd meter lengte elk, aaneengeschakeld door haaks daarop staande verbindende gebouwen waarin de bad- en eetruimten gepland waren. In een van de blokken is een informatiecentrum ingericht met de naam KulturKunststatt Prora. Aan de hand van foto’s, tekeningen en een 19 meter lange maquette kun je je een indruk vormen van de oorspronkelijke bedoeling van het project. Een halve eeuw heeft het te boek gestaan als ‘nutteloos’. Pogingen in de DDR tijd om het af te breken zijn opgegeven. Na de hereniging van de twee Duitslanden is het tot rijksmonument uitgeroepen.
Stapje voor stapje worden er inmiddels nieuwe bestemmingen voor Prora bedacht. Ik reed langs een discotheek en een jeugdherberg. Er zijn werkplaatsen voor kunstenaars ingericht. Er zijn billboards van projectontwikkelaars aangebracht met schreeuwende aanprijzingen van luxe-appartementen voor welgestelden die zich willen verzekeren van een levenslange vakantie op Rügen. Een modelwoning op de zesde verdieping is al te bezoeken. Ik beklom de kale betonnen trappen waarbij ik het gevoel had ik dit het beste gebukt kon doen om mijn hoofd niet te stoten. Uiteindelijk stond ik voor een witte kunststof deur met daarvoor een ongeordende stapel pantoffels die bezoekers aan moesten trekken. De deur was gesloten maar ik geloof niet dat ik er anders toch naar binnen gegaan zou zijn. Wel werd ik nieuwsgierig hoe het er hier over een jaar of tien uit zou zien.