zwemmen-in-nederland.jpg 

In warme zomers zoeken mensen graag verkoeling bij het water. Dat dit niet zonder gevaren is, bleek de afgelopen maand uit een groot aantal verdrinkingsgevallen. Dat er veel Poolse slachtoffers vielen, trok de aandacht van de media maar geconstateerd werd ook dat kinderen die in Nederland opgroeien slechter kunnen zwemmen dan een aantal decennia geleden. Dit moet een waarschuwing zijn voor de toekomst, zeker nu veel gemeentelijke zwembaden met sluiting bedreigd worden. Het ‘grondoppervlak’ van Nederland bestaat voor achttien procent uit water en vooral met jonge kinderen ligt een ongeluk ligt in een klein hoekje.

Vorige week publiceerde het Utrechtse Mulier Instituut voor sociaalwetenschappelijk sportonderzoek het lijvige rapport Zwemmen in Nederland met cijfers over alles wat met zwemmen in Nederland te maken heeft.

In de vorige eeuw is een stevige traditie opgebouwd met zwemlessen en zwemdiploma’s. Ons land telt ruim 1500 zwembaden waarvan de helft openbaar is. Belangrijk in deze ontwikkeling was de komst van de Sporfondsenbaden tussen 1926 en 1960. Deze zwembaden werden bij elkaar gespaard met particuliere giften terwijl gemeenten zich garant stelden voor het bijeen komen van het totale bedrag. Vanaf 1920 deed zwemles zijn intrede als apart vak op lagere scholen. Speciale zwemonderwijzers werden daarbij ingezet. Ook het zwemdiploma heeft een lange geschiedenis. De eerste werden al uitgereikt in 1892, volgens de voorschriften van de zwembond. In 1984 werd de overheid verantwoordelijk en werd het Nationale Zwemdiploma ingevoerd. Sinds 1998 is de standaard het Zwem-ABC van het Nationaal Platform Zwembaden / NRZ. Pas na het behalen van de ABC-reeks is de doelstelling ‘zwemveiligheid’ bereikt. (Gekleed zwemmen is een belangrijk examenonderdeel). De moderne diploma’s zijn van echtheidskenmerken voorzien. Is dit met een knipoog gedaan? Wie kun je met een vals zwemdiploma’s om de tuin leiden?

Letterlijk van levensbelang daarentegen is op dit moment de vraag wie verantwoordelijk is voor het leren zwemmen van kinderen, liefst zo vroeg mogelijk. Nog maar 43 procent van de gemeenten in Nederland faciliteert het schoolzwemmen en steeds meer zwembaden worden met sluiting bedreigd. Ouders hebben het vaak te druk om met hun jonge kinderen naar zwemles te gaan. Bij veel zwemscholen worden kinderen onder de zes jaar eerst op een wachtlijst geplaatst. Ook de kosten zijn aanzienlijk. Gemiddeld staat er zeventig klokuren voor het behalen van het zwem-ABC en een zwemles kost al snel vijf euro per uur. Over het geheel bezien, lijken kinderen op het gebied van leren zwemmen aan willekeur te zijn overgeleverd. Waarom geldt niet gewoon, in het kader van gelijke kansen voor iedereen, recht op goed zwemonderwijs?