In het Parool van 22 april stond een paginagroot artikel onder de kop: Regelfetisjisme bij de inburgering. Auteur Merijn de Boer reageert op het negatieve oordeel dat de gemeentlijke Adviesraad Diversiteit en Integratie over de gang van zaken bij de inburgering in Amsterdam naar buiten heeft gebracht.
Onder het artikel staat ‘De auteur werkte enige tijd als surveillant en examinator bij het inburgeringsexamen’. Zijn kritiek richt zich niet zozeer op de onderdelen van het centrale examen of het moet zijn dat het KNS examen en het elektronisch praktijkexamen ‘haast een vrije doorloop zijn’.
‘De grootste misstanden zijn echter te vinden bij het toelatingsexamen, het examen om examen te mogen doen’. Bedoeld worden de handleiding, inhoud en beoordeling van portfolio’s. Zo zegt de handleiding bijvoorbeeld: ‘Een bewijs bewijst dat een cruciale handeling in de echte praktijk is uitgevoerd.’ De situaties waar de inburgeraars bewijsstukken voor kunnen verzamelen impliceren vaak negatieve verwachtingen over de persoon van de inburgeraar.  Zoals: ‘ik heb voor overlast gezorgd. Bijvoorbeeld lawaai. Of ik heb iets kapot gemaakt van de buren. Ik zeg sorry tegen de buren.’ Of ze bevatten gekke tegenstrijdigheden. Om te bewijzen dat je met iemand een telefonisch gesprek heb gevoerd, moet je een door die persoon aan de andere kant van de lijn ondertekend ondertekend formulier overleggen aan de beoordelende ambtenaren. De Boer verwijt deze beoordelaars ‘regelfetisjisme’. Wie boven het ingeleverde formulier niet letterlijk de situatie weergeeft loopt de kans afgewezen te worden. Hij heeft dit met eigen ogen zien gebeuren bij een vrouw die haar situatie aangeduid had als ‘geld uit de muur halen’ waar gevraagd werd te vermelden ‘ik pin geld bij de bank’.
Geen opwekkende ervaringen dus. Wie weet zulke ervaringen te bevestigen of wie heeft geconstateerd dat het wel meevalt?