planetoide.jpg 

Deze dagen komt er een stuk ruimterots van 50 meter doorsnede en een snelheid van 7,8 kilometer per seconde op ons afgevlogen. Als dit de aarde zou raken, zou het 130.000 ton wegende object met een diameter van 50 tot 70 meter een verwoestende explosie veroorzaken met een kracht die een complete Nederlandse provincie kan wegvagen en een krater van 1,5 km zou achterlaten. Gelukkig zal dit niet het geval zijn maar met een afstand van slechts  28.000 kilometer komt het object wel griezelig dichtbij. Ter vergelijking: de maan bevindt zich op 400.000 kilometer afstand van ons; de diameter van de aarde is 13.000 kilometer.

Er bewegen zicht honderdduizenden van dit soort stukken ruimtesteen door ons zonnestelsel. Tegenwoordig worden ze meestal aangeduid als ‘planetoïden’ omdat ze als kleine planeten kunnen worden opgevat. Ze bestaan uit hetzelfde basismateriaal, geven uit zichzelf geen licht en draaien net als de grote planeten van ons zonnestelsel en in banen om de zon. Toen ze in 1800 voor het eerst ontdekt werden, werden ze asteroïde genoemd. In het Engels wordt deze term nog steeds gebruikt, ondanks dat ze geen overeenkomst met sterren hebben.  

In astronomische tijdseenheden gerekend (de aarde zou 4,6 miljard jaar oud zijn) komen  planetoïden regelmatig met de aarde in botsing. Binnen de schaal van mensenlevens, eeuwen en millennia valt het gelukkig reuze mee. In Arizona (Verenigde Staten) is een krater te bewonderen die 22.000 jaar geleden ontstaan is door inslag van een meteoriet, een stuk ruimtesteen dat te beschouwen is als een kleine planetoïde.

Omdat het gevaar voor een inslag altijd op de loer ligt, worden planetoïden vanaf de aarde angstvallig in de gaten gehouden. In Granada in Spanje en op Tenerife staan hiervoor grote optische telescopen opgesteld. Daarmee is de planetoïde die vrijdag langskomt vorig jaar in februari ontdekt waarbij zij de naam 2012 DA14 heeft gekregen.

De vraag blijft natuurlijk wat er technisch mogelijk is om een inslag te voorkomen, als er werkelijk een stuk steen recht op de aarde afkomt. Een van de ideeën is om erop af te gaan en één kant met reflecterend materiaal in te spuiten. Hierdoor zou de steen door het licht van de zon opzij geduwd worden. Als een dreigende planetoïde heel vroeg bereikt kan worden, is een kleine correctie voldoende om het gevaar te controleren.

 

2012 DA14 verschijnt vrijdag 15 februari vanaf  20.40 u aan de zuidelijke horizon. Op dat moment is de afstand tot de aarde het kleinst. De planetoïde heeft dan een helderheid die te vergelijken is met die van de planeet Neptunus. Vanaf een donkere plaats is het mogelijk om zo’n object met een verrekijker te zien. Twee uur later bereikt de planetoïde het sterrenbeeld Kleine Beer en passeert ze de Poolster. De afstand met de aarde is dan alweer veel groter dan 28.000 kilometer en de helderheid is daardoor met een factor drie afgenomen. Om een object van deze lichtsterkte te kunnen zien, heb je een goede telescoop nodig. Als amateur-astronoom weet ik hoe lastig het zal zijn om 2012 DA14 in beeld te krijgen vanwege de snelheid waarmee dit hemellichaam voorbij komt. Tegen de achtergrond van het heelal legt  zij elke veertig seconden een afstand af ter lengte van de diameter van de maan. In het beeld van een telescoop is dat héél snel. Iedereen die wel eens geprobeerd heeft om een stilstaande telescoop te richten, weet hoe snel zelfs ‘niet bewegende’ hemellichamen uit beeld verdwijnen als gevolg van de draaiing van de aarde.

Het lijkt me daarom een beter idee om het speurwerk aan deskundigen over te laten en daarvan te profiteren achter de computer. De passage zal ‘live’ te volgen zijn op de website:    http://www.slooh.com.