asscher.bmp 

In de campagnes en debatten rond de Tweede Kamerverkiezingen afgelopen zomer waren Europa, de financieel economische crisis en de vastgelopen huizenmarkt de onderwerpen waar alles om draaide. Over inburgering en integratie, de hete hangijzers van het afgelopen decennium, werd in de media nauwelijks nog gerept. Wie informatie wilde over de standpunten van partijen ten aanzien van deze onderwerpen, moest zich verdiepen in de partijprogramma’s. Ook vanaf het moment dat het kabinet aantrad, had het andere zaken aan het hoofd: de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, het Nederlandse standpunt ten aanzien van Europa, huren en hypotheken en de nationalisatie van de SNS-bank.

Tot deze week minister Asscher van Sociale Zaken de publiciteit zocht met een voorstel tot de invoering van een participatiecontract voor arbeidsmigranten uit arme EU-landen. Hiermee bedoelt hij Bulgaren en Roemenen die vanaf 2014 vrije toegang tot de hele EU krijgen om te gaan werken. Hij wil dat degenen die naar Nederland komen op de hoogte zijn van de rechten en plichten in Nederland en kennis hebben van de basisprincipes van de Nederlandse samenleving. Enkele jaren geleden zou zo’n bericht nauwelijks opgevallen zijn. Nu wel.

Op de vraag wat de inhoud van zo’n contract wordt en hoe het uitgevoerd zal worden, houdt Asscher een slag om de arm. Pas in het najaar zal het voorstel uitgewerkt zijn.

Vooralsnog zijn de reacties op het voorstel weinig enthousiast. Hoe kan het plaatsen van een handtekening onder een opsomming van normen en waarden zinvol gemaakt worden als dit van de ondertekenaar verlangd wordt als bureaucratische formaliteit. Het idee van Asscher heeft veel weg van de verklaring van verbondenheid die in 2005 werd ingevoerd als onderdeel van de naturalisatietheorie. Is er wel eens onderzocht welk effect dit heeft gehad?

Asscher heeft verklaard dat het participatiecontract niet vrijblijvend mag zijn. Maar kunnen er sancties aan verbonden worden?  Deze zullen al snel op gespannen voet komen te staan met het gelijkheidsbeginsel dat zegt dat iedereen die zich in Nederland bevindt, voor de wet gelijk is. Wie Nederland binnenkomt zal zich aan deze wet moeten houden. Het is overbodig om daarvoor een aparte verklaring te laten ondertekenen.

In het kader van de inburgeringswet is dit voor een groot deel uitgezocht en een geroutineerd politicus als Asscher moet op de hoogte zijn van de haken en ogen van een participatiecontract. Ik denk dus dat zijn voorstel vooral een signaal van de minister is dat hij het tijd vindt om integratie weer op de politieke agenda te zetten.