De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) bracht deze week een adviesrapport aan de regering uit over schooluitval. Vertrouwen in de school. Over schooluitval en ‘overbelaste’ jongeren luidt de naam van deze publicatie.

Het begrip ‘overbelaste jongeren’ in de titel slaat niet op de kinderen uit de SIRE-spotjes die het zo druk hebben met pianoles en hockey. De WRR spreekt van ‘leerlingen in het vmbo en mbo die gebukt gaan onder een opeenstapeling van problemen, uiteenlopend van beperkte vaardigheden en gedragsproblemen tot gebroken gezinnen, chronische armoede, schulden, verslaving, criminaliteit in de directe omgeving, etc.’ De cumulatie van problemen vergt zo veel van hun incasseringsvermogen dat er geen aandacht voor school meer mogelijk is. De WRR bepleit dat het de taak is van de school om overbelasting weg te nemen. Dat kan door structuur te bieden. Enerzijds door de jongere verantwoordelijkheid te geven, anderzijds door schooltaken zo duidelijk mogelijk te presenteren. Bovendien is het volgens de Raad de taak van de school om gevoel van verbondenheid te stimuleren tussen degenen die de school bevolken.Veel jongeren gaan kopje onder doordat zij leven in een opeenstapeling van chaotische gezinnen, chaotische buurten en chaotische scholen.Scholen moeten daartoe anders georganiseerd worden. De leraar moet het vertrouwde gezicht van de school worden voor de leerling. Het aantal docenten op een groep moet beperkt worden en het onderwijs praktijkgerichter. De leraar moet terug kunnen vallen op een Zorg Advies Team (ZAT). Onder deze directe praktijkadviezen zitten waardevolle ideeën en de raad is ook reëel genoeg om aan te geven dat uitvoering de nodige kosten met zich meebrengt.
Zoals vaak bij het uitkomen van dergelijke rapporten is er door de pers één onderwerp uitgelicht en breed uitgemeten in het nieuws nieuws. Namelijk het voorstel om ‘overbelaste’ leerlingen te spreiden over scholen die letterlijk buiten de kern van de problemen liggen. Overbelaste leerlingen zijn geconcentreerd in wijken in de vier grote steden. Daar zou de schooluitval 40 procent hoger zijn dan de landelijke 40 procent die gemiddeld al uitvalt. Scholen die buiten deze gebieden liggen, zouden verplicht moeten worden om ‘overbelaste’ leerlingen van andere scholen over te nemen zodat die in een stabielere omgeving terechtkomen.

Juist op dit punt vind ik dat het rapport minder realistisch overkomt. Ik denk bijvoorbeeld dat dit stigmatiserend werkt met betrekking tot leerlingen die van buitenaf op de school geplaatst zijn. De formuleringen waarin het advies vervat is maken het nogal abstract. De WRR kiest voor deze gelegenheid voor termen als: plusschool, plusaanbod, plusschoolconcept en frontlijnsturing. Meteen moet ik denken aan de ‘prachtwijken’ van VROM en hoe een slecht bedacht eufemisme een goed idee om zeep kan helpen.