opvoedingscanon.jpg 

De gemeente Den Haag heeft een opmerkelijk initiatief genomen. Gisteren werd de internetsite www.opvoedingscanon.nl. openbaar gemaakt. Iedereen die met opvoeding te maken heeft, kan hier terecht voor informatie.

Toen ik dit las, vroeg ik mij af in hoeverre het terrein van de opvoeding zich leent voor een canon. Wil de gemeente Den Haag daadwerkelijk steun bieden bij problemen van haar inwoners of slechts eenmalig de aandacht van de media trekken?

Andere canons die de afgelopen jaren verschenen, kenmerken zich vooral door kennisoverdracht in één richting. Autoriteiten stellen een lijst onderwerpen samen die weergeven wat in hun ogen van belangrijk is. Vervolgens worden deze onderwerpen door deskundigen toegelicht.

Vanaf de homepage van de opvoedingscanon kan naar drie onderwerpen worden doorgelinkt: onderzoek, opvoedingscanon en vragenlijsten. Op de onderzoekspagina wordt uitgelegd dat de gemeente Den Haag en de Haagse Hogeschool 1000 ouders hebben gevraagd naar hun kennis en opvattingen over opvoeding. De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in een 214 pagina’s dik rapport dat te downloaden is vanaf de website. Later is daar een ander onderzoek overheen gedaan onder opvoedingsprofessionals. Dit is vastgelegd in een ander rapport, van 236 pagina’s, ook te downloaden. Ik vraag mij af voor welke bezoekers al deze informatie bedoeld is.

De eigenlijke canon is inderdaad op de gangbare manier ingericht. Een lijst van 51 onderwerpen die aangeklikt kunnen worden waarna een toelichting en uitleg zichtbaar wordt. De onderwerpen variëren van omgaan met geld tot pikken en jokken en depressie en zelfdoding. De toelichtingen en uitleg zijn kort en bondig. Zij bestaan meestal uit statistische gegevens, symptomen en kenmerkend gedrag, gevolgd door adviezen aan ouders. Voor wie snel op zoek is naar een opvoedkundig advies biedt deze opzet houvast.

Het derde onderdeel zijn vragenlijsten die inwoners van Den Haag kunnen invullen om hun kennis over opvoeding te testen. Vragen naar ‘hoe het zit’ en wat ‘goed en fout’ is op het gebied van opvoeding is een arbitraire onderneming. Aan de andere kant mogen we aannemen dat de samenstellers zich serieus in de materie verdiept hebben en niet zomaar iets zeggen. Welke opvoeder durft zich aan deze testen te onderwerpen? Ik kan mij voorstellen dat dit aardige gesprekstof  tussen ouders en kinderen oplevert.

Al met al is de opvoedingscanon een zinvol initiatief warmee opvoeders in gevallen van twijfel, en dat zullen er vele zijn, een toegankelijke en verantwoorde handreiking krijgen.