verkeersborden
De kennis van verkeersregels en -borden laat te wensen over. Onlangs schreef de ANWB voor zijn leden het Kampioen Nationaal Verkeersexamen uit. Ruim 13.500 mensen deden mee en driekwart zakte.
Het is opmerkelijk dat er van hogerhand zo weinig wordt gedaan om de verkeerskennis van burgers op peil te brengen en te houden. Op 1 januari 2016 bijvoorbeeld komen er veertien nieuwe verkeersborden bij. Veel bekendheid wordt daar niet aan gegeven.
Matrixborden, spitsstroken, busbanen en woonerven bestonden nog niet toen de oudere automobilisten rijexamen deden. In twintig jaar tijd is maar liefst veertig procent van de Nederlandse verkeersregels gewijzigd, zegt een woordvoerder van de ANWB op de website. In de praktijk leren mensen ermee om te gaan. Er eens echt voor gaan zitten, doet vrijwel niemand. Wie die moeite wil nemen, kan hiervoor tegen betaling van 4,50 euro op de webpagina van de ANWB terecht.

Soms staan er op één plek zoveel borden en aanwijzingen dat weggebruikers ter plekke er eigenlijk niets meer mee kunnen. De Friese verkeersdeskundige Hans Monderman pleit ervoor om in zulke gevallen alle borden weg te halen: shared space. Effectiever dan borden is dan volgens hem het gezond verstand.
Drie jaar geleden haalde een Midden-Delftlandse wethouder NRC met zijn voorstel om van de Valbrug in Schipluiden zo’n shared space te maken. Ik ken de situatie daar goed, zowel in de rol van fietser als van automobilist. Het gaat om een ophaalbrug midden in het dorp tussen twee smalle kaden met haaks daarop een uitvalsweg. De borden die de wethouder weg wilde halen staan er overigens nog steeds.
Een maand geleden wilde ik op een ochtend met de auto uit Schipluiden wegrijden. Bij de Valbrug stond al het verkeer vast. Een middelgrote vrachtwagen had de bocht te krap genomen en durfde niet meer heen of weer. Ervaren omstanders voorzagen de chauffeur van aanwijzingen om zijn auto los te krijgen. Uiteindelijk lukte dit ook: een geslaagde toepassing van shared space.
Het duurde nog even voor de chaos was opgelost en ook ik aan de andere kant van de brug was. Buiten het dorp kwam ik in een lint van auto’s terecht dat zich langzaam een weg baande door De Venen, over een polderweg van drieënhalve meter breed met aan weerskanten sloten. Automobilisten zijn hier afhankelijk van de bereidwilligheid van tegenliggers om even te stoppen op de speciaal hiervoor aangelegde verbredingen met plaats voor drie of vier auto’s. Een kwestie van geven een nemen. Iemand die voor je stopt, bedank je even met een ‘knipoogje’ van het linkerknipperlicht. Ondanks de toegenomen drukte gaat dit bij mijn weten al jaren goed: shared space avant la lettre.
Tot die bewuste ochtend vorige maand. Dezelfde vrachtwagen die eerder klem had gestaan op de brug stond een paar honderd meter vóór me opnieuw stil. Na zeker een kwartier zonder enige voortgang, ben ik net als een tiental anderen uitgestapt om te kijken wat er aan de hand was. Tegenover de vrachtwagen stond een glimmende zwarte auto uit een wat duurdere prijsklasse. De omstanders waren unaniem van mening dat de chauffeur van de zwarte auto het beste een stukje achteruit kon rijden naar de uitwijkplaats twintig meter terug. De man zelf had hier principiële bezwaren tegen en bleef staan met zijn motor uit en zijn raampje dicht. Om een handgemeen te voorkomen is de vrachtwagen uiteindelijk met veel moeite achteruit een dam opgedraaid. Ik bereikte een uur te laat mijn bestemming op een ritje dat normaal een half uur duurt.
Een van de verkeersborden die op 1 januari 2016 worden ingevoerd, stelt voortaan verplicht wie op smalle landwegen mogen doorrijden en wie aan de kant moeten. In Schipluiden kan hij er nog wel bij.