cuby.jpg

:

Vorige week overleed Harry Muskee, de zanger van Cuby & The Blizzards en voor veel mensen de stem van de vaderlandse blues (Nederblues).

Muskee omschreef zijn muziek als ‘zwart, somber en achterdochtig’.Essentieel voor Cuby & The Blizzards is de verbondenheid van de band met Drente. In de jaren zestig opereerden de muzikanten vanuit een boerderij in Grolloo waar ze woonden, repeteerden en met een volkswagenbusje vertrokken naar hun optredens. Hiervan is grappig materiaal bewaard gebleven dat te zien is op youtube.http://www.youtube.com/watch?v=5CM1IoFsjrIMuskee wist zijn status van popzanger te combineren met die van dorpsbewoner. Hij wilde zich niet uitsluiten van de maatschappij en blijkbaar dwong hij daarmee veel respect af, zeker op latere leeftijd. Hij kreeg zelfs een standbeeld in Grolloo.   In de jaren zestig scoorden Nederlandse groepen als de Golden Earrings, Brainbox, Shocking Blue en The Shoes de ene hit na de andere. Gitaristen als Jan Akkerman en Eelco Gelling stonden op gelijke hoogte met wereldberoemde collega’s als Eric Clapton. Tegenwoordig vinden we het niet meer dan normaal dat ‘Nederpop’ ook in het Nederlands gezongen wordt. Nummers van De Dijk, Doe maar, Het klein orkest, André Hazes en Marco Borsato vormen leuke uitstapjes bij Nt2 lessen. Maar in de jaren zestig en begin zeventig kende de popmuziek maar één taal: het Engels dus dat gold ook voor de Nederpop van toen. Hier liggen beslist mogelijkheden voor Nt2 lessen. De beelden van de muziek van Cuby & The Blizzars tegen het Drentse decor spreken nog steeds tot de verbeelding. Daarin valt voor iedereen te horen en te zien hoe zij het Amerikaanse bluesgevoel vertaalden naar de Drentse situatie, zo karakteristiek uitgedrukt in de opsomming ‘turf, jenever en achterdocht.’Zet je cursisten aan de hand van dit materiaal eens aan een creatieve opdracht:Schrijf de tekst van een Nederlandse blues. De tekst van het bekendste nummer van Cuby biedt wellicht houvast en inspiratie:Through the window of my eyesI can see the rainy day
Sitting in the chair
Of my cool room
Looking for a way
To be the one who I am
It’s useless to cry
For the things I once have known
Thinking it will come back and reach my home 

It’s like a distant, like a distant face
It’s like a shadow on my wall
You know it’s something
Something that
That I cannot touch
A heavenly past that calls
the shelter of my mind
Hides my laugh and my tear
and I keep on looking for a reason which is not here…