uwv
In 2015 zal er het een en ander veranderen rond KNS. De eindtermen worden herzien en er wordt een nieuw onderdeel arbeidsperspectief aan het programma toegevoegd. Dit vanuit het idee dat nieuwkomers zich na aankomst zo snel mogelijk op de Nederlandse arbeidsmarkt moeten oriënteren. Het traject bestaat uit kennisverwerving over de arbeidsmarkt en concrete stappen die naar werk leiden. Bijvoorbeeld door diploma’s en werkervaring uit het land van herkomst te laten vergelijken en waarderen naar Nederlandse maatstaven. Een dergelijke tweeledige aanpak bevordert ook een realistische inschatting van de eigen mogelijkheden met betrekking tot werk.
Het concept eindtermen module arbeidsperspectief is alvast gepubliceerd op de website van DUO. De opzet gaat uit van acht thema’s. Die hoeven niet per sé doorlopen te worden in dezelfde volgorde waarin ze in het document voorkomen. Door de persoonlijke omstandigheden van de nieuwkomer kan het kiezen van een andere route logischer zijn.
Bij elk thema moet de inburgeraar concrete opdrachten uitvoeren en vragen beantwoorden die in de eindtermen zijn geformuleerd. Bijvoorbeeld: Legt uit waarom een werkervaringsplaats, stageplaats of vrijwilligerswerk voor hem van belang kan zijn. Of: Noemt minimaal drie vindplaatsen voor vacatures die bij het gewenste beroep passen. Bij de eindtermen komen resultaatkaarten waarop de ‘antwoorden’ schriftelijk moeten worden vastgelegd. De ingevulde resultaatkaarten vormen samen een portfolio dat gebruikt wordt bij de formele toetsing.

De toelichting spreekt over stappen die leiden tot het zo snel mogelijk, maar ook duurzaam, verwerven van een plek op de arbeidsmarkt.

Hoe realistisch is dat? De Nederlandse arbeidsmarkt zit ingewikkeld in elkaar, ook voor wie in Nederland is opgegroeid. Want voor wie is een snelle opstap naar een duurzame plek tegenwoordig eigenlijk nog weggelegd? Bij het volgen van de module arbeidsperspectief moet de nieuwkomer al aan het begin een beroepswens formuleren. Natuurlijk, in het beroepsonderwijs zijn beroepen het uitgangspunt. Maar welke betekenis heeft het begrip beroep verder als het gaat om arbeidsperspectief? Is deze benadering niet te star in een tijd waarin alles draait om flexibiliteit?
Vorige week in Nieuwsuur zag ik een item over afgestudeerde Pabostudenten. Een jonge vrouw en een jonge man vertelden dat ze de opleiding hadden afgemaakt en hoopten op een baan als docent. Voor haar echter liep deze beroepswens voorlopig via een baantje in een bedrijfskantine en voor hem via klussen als hovenier. Lesgeven beperkt zich voorlopig voor de meeste afgestudeerde Pabo’ers tot af en toe wat invalwerk.
Valt zoiets aan nieuwkomers uit te leggen? Ik denk het wel. En uit verhalen van de nieuwkomers zelf valt wellicht het nodige te leren over flexibiliteit. Voorwaarde is wel dat het proces goed begeleid wordt. Als de lessen arbeidsperspectief in een open sfeer kunnen plaatsvinden en als er voldoende tijd voor de lessen uitgetrokken kan worden, denk ik dat de module arbeidsperspectief een aanwinst voor het inburgeringsonderwijs is.