Om in Nederland aan een baan te komen moet je netwerken, wordt altijd gezegd. In inburgeringscursussen wordt er in dit verband gewezen op het belang van deelname aan het verenigingsleven en het doen van vrijwilligerswerk.  Maar wat de helpende effecten nu precies zijn, is moeilijk meetbaar.
Vorige week is in Nijmegen Stijn Ruiter op dit onderwerp gepromoveerd. De resultaten van zijn onderzoek zijn opmerkelijk. In een interview in NRC (12 maart) vertelt Ruiter dat hij heeft aangetoond dat er inderdaad een sterk causaal verband bestaat tussen lidmaatschap van een vereniging en banenkansen. Het maakt daarbij wel uit van welk soort vereniging iemand lid is. Een vereniging waarvan de leden in het dagelijks leven ‘hogere functies’ bekleden, werkt het beste.
Opvallend is Stijns bevinding dat het er eigenlijk helemaal niet toe doet hoe actief je bent voor de vereniging. Dat je je gezicht regelmatig laat zien is belangrijker. Ook bij het voordeel van vrijwilligerswerk op je carrière plaatst hij kanttekeningen. Voor starters is vrijwilligerswerk een goede manier om de eerste werkervaring op te doen. Maar voor latere banen doet het er veel minder toe.