krampusz

Krampusz

Ondanks alle onzekerheid rond de positie van Zwarte Piet blijft in elk geval de status van het Sinterklaasfeest als cultureel erfgoed overeind. In de rol van KNS docent heb je dus ook met dit kinderfeest te maken. In de eindtermen wordt Sinterklaas met name genoemd, en dat blijft ook zo in de versie zoals die in 2015 wordt ingevoerd.

Kent de belangrijkste Nederlandse feestdagen en hun religieuze, politieke of historische
inhoud/achtergrond.
Licht de belangrijkste Nederlandse feestdagen toe (Kerst, Pasen, Sinterklaas, Koningsdag,
4 en 5 mei) en de achtergronden van de gebruiken die erbij horen.
Stelt zich op de hoogte van wat er bij de viering van deze feesten wordt verwacht op
school, in de buurt, op het werk.
Laat anderen vrij in de viering van voor hen belangrijke (religieuze) feestdagen.

Dit alles staat onder de kop ‘omgaan met ongewone of botsende gewoonten, waarden en normen’. De Sinterklaasintocht in mijn geboortestad Gouda heeft duidelijk gemaakt dat dit een hele opgave is. Hoe leg je de achtergrond van het Sinterklaasfeest aan nieuwkomers uit?
Helder lijkt in ieder geval de mythe van de ‘goedheiligman en zijn knechten’ die jaarlijks met de boot uit Spanje in Nederland arriveren om de kinderen blij te maken met snoep en cadeautjes met als climax de avond van 5 december, de zogenaamde verjaardag van Sinterklaas. En op 6 december zijn ze plotseling weer naar Spanje verdwenen.
Bij de gebruiken hoort de feestelijke intocht in de derde week november. En dat deze intocht het startsein is van de mogelijkheid voor kinderen om ’s avonds hun schoen te zetten. En dan natuurlijk pakjesavond met de zak met cadeautjes voor kinderen en de surprises en rijmen voor volwassenen.
Ondertussen wordt Sinterklaas afgeschilderd als typisch Nederlands. Delen van België doen wel met Sinterklaas mee maar in ‘andere landen van de wereld’ lijkt de Kerstman de rol toebedeeld te hebben gekregen van brenger van eindejaarscadeautjes. Dat dit beslist niet zo is merkte ik twee jaar geleden toen ik aan een groep Hongaarse cursisten beelden van de intocht van Sinterklaas liet zien en wat liedjes op Youtube liet horen.
Tot mijn verbazing merkte ik dat hun reactie er een van herkenning was. Met wat navraag kwam ik erachter dat ook in Hongarije Sint Nicolaas (Mikolás) een nationaal feest is. En dat dit gevierd wordt op een manier die heel erg op de Nederlandse lijkt. Ook daar duikt op 5 december de in rood geklede bisschop op, uitgerust met precies dezelfde mijter en staf (die daar alleen herdersstaf heet). Op die avond poetsen de Hongaarse kinderen zelf hun schoenen om een daarvan mooi glimmend bij het raam te zetten. En ook zij zingen hun vaste Mikolás liedjes. De volgende ochtend vinden de brave kinderen een rood pakketje met snoep en cadeautjes in hun schoen en stoute kinderen of de kinderen die hun schoenen niet goed gepoetst hebben een bosje twijgen. En net als in Nederland kan Mikolás op de avond van 5 december ook persoonlijk bij sommige families langsgaan. En op 6 december, zijn officiële naamdag, bezoekt hij nog scholen.
Ook in Hongarije heeft Mikolás een metgezel, genaamd Krampusz. De Krampusz (klauw) traditie heeft een wijder verspreidingsgebied dan Hongarije, namelijk afgelegen gebieden in de Alpen. Het is een angstaanjagende figuur, gehuld in de huid van een zwart schaap en een rood masker met horens voor zijn gezicht. Rond december doolt hij ’s avonds rond om mensen schrik aan te jagen. Zijn verschijning is geïnspireerd op de duivel maar bij de invoering van de moderne Mikolás traditie rond 1850 moest hij een Oostenrijker voorstellen. Oostenrijk was destijds de aartsvijand van de Hongaren. In de communistische tijd kwam de traditie onder druk te staan, maar onder de naam Telapo (vader winter) kon Mikolás overleven. Ik betwijfel of deze informatie voor onze Zwarte Piet-impasse bruikbaar is. We kunnen er in elk geval van leren dat een moeizame verhouding tussen Sinterklaas en politiek niet typisch Nederlands is.