stonehenge

Wie in een quiz de vraag krijgt wat de kortste dag van het jaar is, zal waarschijnlijk 21 december als goede antwoord geven. Dit jaar is dat echter niet helemaal juist. De kortste dag van 2015 is 22 december. Voor de praktijk is dit niet iets om je druk over te maken. Pas ergens in januari merk je pas dat het ’s avonds wat langer licht blijft.

Op de kortste dag van het jaar bereikt de zon een hoek van 23,439 graden zuidelijk ten opzichte van de evenaar. Op landkaarten en globes is hier een stippellijn getekend die de Steenbokskeerkring wordt genoemd. Eén keer per jaar zal de zon die lijn ergens even ‘raken’ en daarna weer omkeren richting evenaar. Dit jaar gebeurt dit op 22 december om 5.48 uur om precies te zijn. In 2016 staat dit moment gepland op 21 december om 11.44 uur, 18 uur vroeger dus. Het verschil van driekwart dag eerder is het effect van de schrikkeldag op 29 februari 2016. Onze kalender van 365 dagen is te vergelijken met een klok die iets te langzaam loopt en moet om de vier jaar een zetje krijgen. Het tijdstip van de zonnewende is doorgeschoven naar 22 december, maar wordt met behulp van de schrikkeldag weer teruggehaald naar 21 december. Zonder deze correcties zouden de jaargetijden op den duur niet meer kloppen met de maanden.

Kalenders zijn ooit bedacht als instrument om de seizoenen te berekenen. Voor mensen die leefden van jagen, verzamelen of later van landbouw, was dit van levensbelang. Uit veel culturen zijn stenen bouwsels overgeleverd die registreerden wanneer de zon een jaarlijks punt passeerde. Als je van daaruit het aantal dagen bijhield, wist je wanneer je kon zaaien of oogsten. Daar rolde de cyclus uit van 365 dagen of ‘iets meer’. De berekening hoeveel meer, heeft de mens heel wat hoofdbrekens bezorgd en eigenlijk wordt er nog steeds een beetje mee gesjoemeld.

De behoefte aan een exacte berekening ontstond toen de kalender een middel werd om de datums over een langere periode vast te leggen en te vergelijken. De geschiedenisboeken vertellen dat Julius Caesar op 15 maart 44 voor Christus gestorven is maar met onze kalender zou je door wat ‘ruis’ op een andere dag dan 15 maart uitkomen. De Romeinen hadden toen net de Juliaanse kalender ingevoerd die abusievelijk om de drie jaar een schrikkeldag invoegde. De fout werd na een halve eeuw door keizer Augustus hersteld door drie schrikkeljaren over te slaan en met één schrikkeldag per vier jaar verder te gaan. Dit werkte vrij nauwkeurig maar door de eeuwen heen trad er toch een langzame verschuiving van de seizoenen op. De vaststelling van Pasen (de zondag na de eerste volle maan in de lente) kwam in het gedrang. Dit bracht paus Gregorius ertoe om in 1582 de tijd 10 dagen stil te zetten en daarna weer door te tellen. Als aanvullende correctie werden eeuwwisselingen als schrikkeljaar overgeslagen. Gregorius’ astronomen hadden berekend dat een jaar 365 dagen, 5 uur, 48 minuten en 20 seconden duurde. Dat was 25 seconde korter dan in werkelijkheid. De Gregoriaanse kalender wordt tot de dag van vandaag aangehouden met hier en daar een extra correctie.

Het hele systeem van tijdrekening kwam in de vorige eeuw op zijn kop te staan door de uitvinding van de atoomklok. Trillingen van atomen bleken regelmatiger te zijn dan de beweging van de sterrenhemel. Zodoende werd de seconde in 1967 opnieuw gedefinieerd, niet langer afgeleid van astronomische waarnemingen maar op basis van trillingen in het atoom cesium.

En ten slotte is er altijd nog een kalender die zich niets aantrekt van jaren, maanden en weken, maar die gewoon elke nieuwe dag bij de vorige optelt: de Juliaanse dagen. Het idee kwam van de Franse geleerde Joseph Scaliger (1540-1609) en heeft niets te maken met de Juliaanse kalender. De telling wordt vooral gebruikt in de astronomie. Op internet kun je programma’s vinden om Juliaanse dagen te berekenen. Op dit moment staat de teller op bijna 2,5 miljoen dagen.