Afgelopen week vond de Jaarmarkt inburgering plaats in het WTC in Rotterdam. Organisator was het Ministerie van VROM/Wonen, Wijken en Integratie. Ruim zestig bedrijven presenteerden hun diensten en producten ten behoeve van de inburgering: uitgeverijen, ministeries, gemeenten, taalaanbieders, kennis- en onderzoekscentra en vele anderen.

De stands waren overzichtelijk uitgestald in de grote ruimte die al helemaal in de kerstsfeer was met uitzicht op het winkelende publiek in de befaamde Rotterdamse ‘Koopgoot’. De bezoekers leken met een duidelijk doel naar de markt gekomen te zijn. In alle gangen werd informatie uitgewisseld en vlot genetwerkt. Ook veel standhouders maakten een rondje langs de andere kramen.

Gedurende de dag werden er workshops en lezingen gehouden. Opvallend veel aandacht ging uit naar onderwerpen die met de combinatie werken en taalleren te maken hadden: taal op de werkvloer, taal en ondernemerschap en duale trajecten.

Aldith Hunkar, enige jaren geleden het gezicht van het Jeugdjournaal, trad op als presentatrice. Op een groot scherm boven het podium kon iedereen haar op de voet volgen terwijl zij belangrijke gasten langs de stands leidde. Het hoogtepunt van de dag was het bezoek van minister Eberhard van der Laan aan de Jaarmarkt. Achter de microfoon ontvouwde hij zijn visie op de huidige stand van zaken rond de inburgering. Hij erkende dat er veel mis was gegaan maar wilde zeker ook benadrukken dat de inburgering in geen enkel ander land zo serieus wordt aangepakt als in Nederland. Juist daarom had hij moeite met de houding die veel nieuwe Nederlanders aannemen ten aanzien van de inburgeringslessen en de bijbehorende examens. Veel meer zou hij hen willen confronteren met de vraag: ‘Vindt u het een cadeautje of een verplichting?’ Tussen de regels van zijn betoog klonk de opvatting door dat het misschien tijd is dat de markt zich richt op degenen die deze vraag in positieve zin beantwoorden. Maar tegelijk was hij ervan overtuigd dat er in 2010 meer mensen bereikt gaan worden en een opleiding zullen beginnen.

Zijn deze twee uitspraken met elkaar tot één visie te rijmen? Volgend jaar zullen we het weten.